is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaan:

le. dat by de berekening willekeurig als formule voor het geoxydeerde ijzer Fe3Oj is aangenomen. Men moet wel een bepaalde onderstelling maken aangaande het geoxydeerde ijzer en daardoor blijft de bepaling altyd een afhankelijke.

■2e. dat de mogelijke aanwezigheid van 1 pCt. onoplosbare stof (C-fSiOjj niet in aanmerking wordt genomen. Bij aanwezigheid van 1 pCt. geeft dttn.1. een verschil van 4 pCt. in het metallisch ijzergehalte. Deze fout kan men eenigszins elimineeren (niet wat het carbide betreft!) door in plaats van 100 mG. voor de bepaling zooveel pCt. meer te nemen als hoi onoplosbare residu bleek te bedragen.

3e. dat de uitkomst al te gevoelig is voor een gering verschil in het titercijfer: een verschil van 0,1 cM3. geeft nu een afwijking van 1,4 pCt. in de uitkomst. Hieraan kan men eenigszins te gemoet komen, door meer in bewerking te nemen bijv. 250 mG. (1 G. oplossen tot 100 cH3. en 25 cM3. pipeteeren) waardoor het door de Ph. geeischte titercijfer dan 42,75 cM3. wordt.

Ter loops zij opgemerkt dat de Ed. IV der Duitsche Pharmacopee een zeer geschikt voorschrift geeft voor de bepaling van het metallisch ijzer door de hoeveelheid iodium te bepalen die gebonden kan worden door het ijzer. Literatuur hierover zie schjiidt, Jahresb. d. Ph. 1897, bl. 334, die deze methode ontleende aan een grensreactie der Ph. Helv. Ed. III; schmatolla, Pharm. Zeit. 1901, bl. 810, die de methode verbeterde, iiarijuardt, Chem. Zeit. 1901, bl. 742 en Apotli. Zeit. 1903, bl. 887 die klaagt over te lage uitkomsten en ten slotte cormimboeuf-grosman, Chem. Centr. 1906, I, bl. 87 die een zeer eenvoudige werkwijze aangeven.

Ten slotte herinner ik aan de by Fe pulv. reeds opgemerkte omissie betreffende een grensreactie op HjS bij Fe. reductum. Men kan gevoegelijk verlangen, dat een met loodacetaat bevochtigd stuk filtreerpapier in het gas dat zich uit ijzer zwavelzuur ontwikkelt, binnen 5 minuien geen bruinkleuring vertoont.

Acidum sulfuricum.

De sterkte van dit zuur is onveranderd gebleven, nl. 94—96 pCt. De daarmede conespondeerende opgave van het soortelijk gewicht is ook onveranderd uit de Ed. III overgegaan, hoewel het juistere getal in tabel IV dor Pharmacopee op bl. 549 wordt opgegeven als 1,8365 — 1,840G en dit dus afgerond op de 3de decimaal of 1,836—1,810 öf 1,837—1,841 of 1,836 — 1,841 zou moeten luiden. Van veel beteekenis is deze kwestie niet omdat bij deze liooge soortelijk gewichten van zwavelzuur de juiste sterkte alleen met voldoende nauwkeurigheid kan worden afgeleid, wanneer het s. g. tot de 4de decimaal bekend is. Wil men langs dezen weg de sterkte controleeren, dan is het beter