is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan, terwijl de Amerikaansche nog bij 25° G. voor de oplosbaarheid van de glasachtige 1: 30 en voor de porceleinachtige 1: 100 noemt.

Van de verhouding tegenover spiritus spreekt de Pharmacopee niet in den tekst en in den bladwijzer wordt het, blijkens het weglaten van eenig cijfer, als onoplosbaar in spiritus aangeduid. Toch is deze oplosbaarheid niet onmerkbaar klein en bedraagt volgens onderzoek van girardin (Roscoe-Schorlemrner 1. c.) voor de amorfe modificatie 1 : 94 en voor de kristallene 1 : 400.

Het beste oplosmiddel voor arseentrioxyde is glycerine, dat volgens de Americana in staat is om eene oplossing 1: 5 te vormen.

In de volgende passage is de beschrijving van den kristalvorm van het sublimaat vollediger dan in de vorige Ed. De octaedervorm van het gesublimeerde As203 laat zich reeds met een loupe waarnemen, wanneer men de sublimatie zeer langzaam doet geschieden bijv. in een reageerbuis die in een verwarmd grafietbad geplaatst is.

De derde alinea, omtrent het onderzoek op verontreinigingen, is nieuw. Terwijl de Ed III in het algemeen de afwezigheid liet constateeren van verontreinigingen, welk niet in zure oplossing door zwavelwaterstof neerslaan, eischt de nieuwe Pharmacopee totale oplosbaarheid in ammonia en het helder blijven dezerammoniakale oplossing met zoutzuur. Volgens de Kommentar van fischer en hartwich moet de volledige oplosbaarheid in ammonia dienen om bijgemengde vreemde mineralen (gips, zwaarspaath, talk) te constateeren. Daar evenwel deze verontreinigingen reeds zijn uitgesloten door den eisch van totale vluchtigheid, die in onze Pharmacopee in de tweede alinea voorafgaat, zoo zou mogelijk nog de bedoeling van deze reactie kunnen zijn de afwezigheid van antimoonoxyde (Sb203) na te gaan. Maar doordien het gele neerslag in de 2e alinea met H2S bereid geheel in ammonia oplosbaar moet zijn is ook de aanwezigheid van antimoonoxyde reeds uitgesloten en staan wij hier voor een van de gevallen waarin juist eene aanwijzing omtrent de hier bedoelde verontreiniging, licht had kunnen ontsteken. Hoewel de Ph. dit niet opzettelijk vermeld zal bij deze proef zachte verwarming ter bevordering van de oplossing wel toegestaan zijn. Zonder die toch lost althans het kristallijne (porceleinachtige) zeer langzaam in de verdunde ammonia op.

Indien de ammoniakale oplossing met HC1 niet helder blijft, zou daardoor de aanwezigheid van arseensulfide As2S3 kunnen blijken, daar dit wel in ammonia oplost (tot arseniet + sulfoarseniet) doch met HC1 weer daaruit als AsoS3 neerslaat.

De laatste alinea, die de jodometrische titratie bevat is veel praktischer ingericht dan in de Ed. III. In natronloog lost het arseentrioxyde bjj zachte verwarming gemakkelijk op. Ten einde de heftigheid der reactie met zoutzuur te verminderen, zal het goed zijn eerst de 25 cM3. water en daarna het zuur bij te voegen, waarvan 1 cM\ in overmaat wordt genomen. Van het daarna toe-