is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Pharmacopee een bereidingsvoorschrift nieuw ia opgenomen liet „waarom" is niet duidelijk daar toch voor dit preparaat geen andere redenen voor zelfbereiding bestaan dan voor andere chemische preparaten.

Voor de omzetting van 2 dln. Mercurichloride wordt een over( maat natronloog aangewend. (5 dln ). Een van de voordeden van een oplossing van bekende normaliteit (natronloog is 4 N) is dat men haar eenvoudiger naar het volumen dan naar het gewicht kan

doseeren. Voor 2 G. Mercurichloride zijn 2^2= 3,7 cM^. 4 N. na-

tionloog noodig. Men neemt dus stellig een goede overmaat door

4 cM . aan te wenden. De overmaat van de Pharmacopee is onnoodig groot.

De ingevoelde identiteitsprocf (in plaats van die der Ed. III: opl. in HC1 en uit pp. met NH3) is zeer eenvoudig. Deze sublimatie pi oef gebeurt eenvoudig in een droge horizontaal gehouden reageer, buis of op microchemische wijze door verhitting na reductie met een weinig mierenzuur, op een voorwerpglas en sublimatie tegen een tweede; in dit geval kan men de kwikdruppeltjes gemakkelijk onder het microscoop waarnemen.

De proef met oxaalzuur ter onderscheiding van geel van rood kwikoxyde is eenigszins veranderd. De Ph. laat nu gedurende 2 uur op een waterbad verwarmen en constateert dan den overgang in het witte oxalaat. Zij had mogen eischen dat na dezen verwarmingsduur de omzetting in oxalaat ook zoo goed als volledig zij. koster en STORK toonden aan (zie Pharm. Weekbl. 1902, bl. 129) dat daarbij 99,3 pCt. wordt omgezet.

De reactie op chloride is niet verbeterd. Integendeel. Door het kwikoxyde in azijnzuur op te lossen (zie Ed. III) krijgt men een veel minder geïoniseerd kwikzout dan bij oplossing in salpeterzuur. In dit laatste geval wordt de concentratie aan Hg-ionen zoo aanzienlijK dat de electrolytische dissociatie van het toch reeds zoo zwak geïoniseerde kwikchloride practisch tot nul wordt gereduceerd en daardoor geen Cl-ionen meer aantoonbaar zijn met zilvernitraat, oor collega m. de jong werd dan ook reeds opgemerkt (zie Pharm. Weekbl. 1906, bl. 1145) dat deze reactie zelfs bij aanwezigheid van 5 pCt. HgCl2 geen resultaat geeft. Men kan de reactie natuurlijkverbeteren voor de in water oplosbare chloriden eenvoudig door met water het preparaat uit te koken en in het Altraat met AgNO, e reageeren. Op in water onoplosbaar chloride (basische kwikchlo. . _ en) zou men kunnen reageeren door na vermenging met Na2C0o (in opl. en daarna indrogen) het HgO door verhitting te verwijderen en in het residu op chloride te reageeren. Intusschen laat de oude reactie in azijnzure oplossing (zonder IINO,,) nog de erkenning van 2 pCt. HgCl2 in HgO toe.

Aan de laatste alinea (controle van het gloeiresidu) zou nog een