is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(derde alinea), wat trouwens geen specifieke kwikreactie is, en het jodium aan te toonen op de omslachtige wijze als in de tweede alinea is aangegeven. Naar mijne meening moeten identiteitsreactie in een Pharmacopee afdoende maar zoo eenvoudig mogelijk zijn en men moet niet vervallen in eene opsomming van eigenschappen, die op zich zelf merkwaardig genoeg kunnen zijn, maar die nog met vele zouden zijn te vermeerderen. Wil men de elementen waaruit het Hgl2 bestaat als zoodanig en in hun typischen vorm te voorschijn zien komen dan is het veel eenvoudiger een proefje te verhitten in een reageerbuis na menging met Na2C03-fKCN (sublimaat van metaaldruppeltjes) en een ander proefje te verhitten met H2S04 f Mn02 (violette dampen van jodium).

Wat zuiverheid betreft: In regel 5 der le alinea ligt eigenlijk de voornaamste eisch verscholen, n. 1. de algeheele vluchtigheid, waardoor natuurlijk alkalizouten (KI.KCl, bij de bereiding gebruikt) te voorschijn zouden komen. Volkomen zal hieraan nooit voldaan worden en in de praktik zal het voldoende zijn wanneer van 2 G. stof hoogstens 1 mG. residu achterblijft.

Bij het onderzoek van het waterig uitschudsel is de reactie met I12S welke de Ed. III instelde, verdwenen en alleen die met AgN03 behouden gebleven. Waar het hier voornamelijk de erkenning geldt van mogelijk aanwezig HgCl2 is dit te verdedigen daar de geringe oplosbaarheid van Hgl2 zelve in water de reactie op chloride (met AgN03 en ammonia) hiertoe meer aangewezen doet zgn.

Iodetum hydrargyrosum.

De bereiding van dit preparaat is nagenoeg ongewijzigd uit Ed. III overgenomen. Het kan evenwel ook langs een anderen weg, n. 1. door precipitatie van eene oplossing van mercuronitraat met kaliumjodide, bereid worden. Het voorschrift daartoe vindt men in de Amerikaansche Pharmacopee.

Bij verhitting wordt het groengele poeder eer dat het smelt (bij 2900) oranje en daarna rood van kleur om bij bekoeling de oorspronkelijke kleur weer aan te nemen.

De identiteitsreacties zijn hier weer voornamelijk uitgebreid. Op een andere wijze dan bij het vorige preparaat wordt nu de aanwezigheid van Hg en I vastgesteld.

De eisch van algeheele vluchtigheid mag hier ook in de praktijk meer beperkt worden tot een grens van 0,05 pCt. (zie Americana).

De aanwezigheid van kwikjodide wordt aangetoond in de alkoholische oplossing met II2S. Bij aanwezigheid van meer dan spoïen zal zij ook blijken door eene afscheiding bij verdunning van het spiritueuze uittreksel met water. Deze eenvoudige proef kan men dus laten voorafgaan, temeer daar men dan nog altijd in de gelegenheid blyft om daarna zwavelwaterstof bij te voegen.

Over invloed van het licht op kwikpreparaten verwijs ik naar