is toegevoegd aan uw favorieten.

Fraisen en fraismachines

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Juist dus als bij een waarde van 5 en 4 van zijde a en b.

Nu heeft men de goniometrische verhoudingen voor alle hoeken van 0°—90° uitgerekend en er tabellen van samengesteld.

Is van een rechthoekigen driehoek één hoek en één zijde bekend, dan kan men daardoor de andere zijde berekenen. B.v. indien volgens het vorige voorbeeld tg A = 0.8 en weet men. dat a = 15, dan volgt daaruit b = 15 x 0,8 = 12.

In de tabellen XI\ en \\ zijn de goniometrische verhoudingen van Sin. Cos. Tg. en Cotg. tot in zesde deelen van een graad gegeven, hetgeen voor het berekenen van de hoeken voor dit doel voldoende is. Met deze tabellen en het boven behandelde kan met uit de gegevens, die altijd aanwezig zijn bij het fraisen van spiraalvormige groeven, den hoek berekenen, waarin de tafel gesteld moet worden, of uit den gegeven hoek de spiraallengte, want steeds zijn twee gegevens bekend, nl.

1 De dianieter, dat is zijde a lig. 199 en de spiraallengte, dat is zijde b ; onbekend : hoek B.

2°. De diameter, dat is zijde a lig. 199 en de hoek, dat is hoek 1? ; onbekend : de spiraallengte ,dat is zijde b.

De driehoek fig. 199 is bij de berekening het uitgangspunt en alle verhoudingen : diameter frais, spiraallengte en hoek zijn daarin vereenigd :

T. De diameter van de frais = <1 = zijde a.

2 . De lengte van de spiraal of spoed = zijde b.

o°. De hoek, dien de spiraal maakt niet den zijkant van de frais = / A.

i . De hoek, welken de spiraal maakt niet de hartlijn van de frais =

Z B.

Met hoek A heelt men bij de volgende berekeningen weinig te maken. Hoek B is de hoek, welken de tand maakt met de hartlijn van de frais en dus ook de hoek, waarin de fraistafel geplaatst moet worden.

Het bovenstaande is in onderstaande tabel samengevat.

Gegeven. Gezocht. Oplossing.

A en a b b = a tg A

B pn a b b = a cot B.

« cn b B -- = t" B

b "

, f>

a en b B _ = Cot B.

a

ii ('» I' A = ip A

a

A b ■ a a = b cot A.

A en O c c = a

cos A