is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven der dieren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwende rijkemanskroost, te midden 't gemeen gefladder van de tjilpende musschen.

't Een hier en 't ander daar, zaten ze, geschrankt, en telkens de win.1 over 't water voer, en al de bladjes wikkelen deed, wiegden ze gevijven op en neêr, en wiegen onder hen deed hun evenvuldig wederbeeld in 't water. Vijf bollekens wit te midden 't eenverwig zomergroen, met al hun pluimtjes opgestreuveld in genoegelijk zitten

en nietsdoen. Elk had zijn eigen zwart blauwendig glimmende manteltjen om de schouders met een lapken op de borst, en dat al achter uitliep op een paar gekruiste spichtige vlerkspitsen, puntig en fijn en langer nog dan hun wordende steert.

Roeren niet, maar rusten deden ze; bij wijlen trokken ze hunne oog¬

leden toe overhunne zwarte oogballen, maar 't en was geen slapen dat; evengauw waren ze weer open en ze wendden in hunne holten bij 't draaien van het

platte kopke, daar ze iets vervolgden op de lucht. Ze geeuwden rekwijd open hunne beksplete, dat 't al hemel en bek was, zoo wijd, en gevoerd met blekkend warme