is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven der dieren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vader in aantocht was; ze schokten recht, vol nooitvoldaan verlangen, reikten hunnen hals uit, roerend hun vlerken in trillenden daver, en z'en waren maar gerust als 't moêrke, voorbijgeschoten, een stonde was blijven hangen op zijn pennen, om hun 't een of t andere in den bek te leggen. Dan rustten ze weêr en rokken hun wiekskes en hun steert op hun poot open tot waaierkes en geeuwden van vernoegdheid.

Ineens zat 't moêrke erbij, kennelijk aan zijnen langen vorksteert, bezorgd en welgezind moêrtje, en t swatelde en 't zwoer zijn zwaluwliedje tenden keer op keer, wijl hoog in een populierentop de merel te melden zat al zijne levenservaring, hoe 't regenen moest als hij riep, en een vinke sloeg haar frissche slaan, en de toortels roekeloerden en reigers vaarden hoog in t laatste zonnevier.

't Deemsteren doffelde alles weg in schemerige onduidelijkheid, de puiden kwakten al; elk wikkelde zijn kopke in zijn veeren en sliep.