is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijk toch kunnen verraderlijke aristocraten het bekrompen doorzicht van ons gewone menschen verschalken? — Zoo verderfelijk werkt die algemeene ruwe grondstof van grieven; in stede van vertrouwen en eerbied, baart zij slechts haat, eindelooze achterdocht en de onmogelijkheid om te bevelen of te gehoorzamen. En nu, wanneer die tweede, meer handtastelijke grief, verkorting van soldij, algemeen duidelijk is geworden in het hoofd van den soldaat! Verkorting, derhalve, van de gemeenste soort bestaat er en heeft reeds lang bestaan; maar zoo de pas afgekondigde Rechten van den Mensch, en alle rechten, hoe ook genaamd, niet werkelijk een spinneweb zijn, dan zal die niet langer blijven bestaan.

Het Fransche militaire stelsel schijnt aan een treurigen zelfmoord te willen sterven. Ja nog meer, gelijk natuurlijk is, staat in deze zaak de burger tegenover den burger. De soldaat wordt overal bij de patriottisch gezinde lagere volksklassen met de grootste deelneming aangehoord. Daarentegen hebben de officieren de hoogere klassen op hunne zijde. De officier kleedt en parfumeert zich voortdurend voor die treurige nog niet geëmigreerde soirees, die hier en daar nog gehouden worden, en spreekt er over zijne rampen, en zijn deze rampen ook niet die van Zijne Majesteit en de natuur? Maar tevens spreekt hij ook van zijn vermetelen trots, van zijn vast genomen besluit. De burgers en nog meer de burgeressen zien wat recht en onrecht is; niet alleen het militaire stelsel maar nog menige andere zaak zal door zelfmoord sterven. Gelijk wij reeds zeiden, er is een nog grootere omverwerping mogelijk dan men tot dusver beleefd heeft; die volslagen o/vwerking van die zwartbrandende, zwavelachtige laag, waarop alles steunt en gedijt!

Maar hoe kan dat alles invloed hebben op het ruwe soldatengemoed, met zijn militaire pedanterie en onbedrevenheid in alles, wat niet tot de parade-plaats behoort; eene onbedrevenheid gelijk die van een kind, en toch gepaard gaande met de forschheid van een man en de heftigheid van een Franschman! Reeds sedert geruimen tijd zijn heimelijke beraadslagingen in eet- en wachtkamers, stuursche blikken en duizenderlei kleine plagerijen tusschen bevelhebbers en ondergeschikten aan de orde van den dag. Men vrage slechts kapitein Dampmartin, een geloofwaardig, vernuftig en geletterd officier bij de ruiterij, die het rijk der vrijheid op zijne wijze bemint, en die toch in het heete Zuid-Westen en elders meer dan eens gevoelig gegriefd werd, en oproer en burgeroorlog bij dag- en toortslicht, en regeeringloosheid, afschuwelijker dan de dood, aanschouwde. Deze zal u verhalen hoe weerspannige ruiters, die door den drank opgewonden waren, hem en nog een ander op de wallen ontmoetten, — wraar geen zijpad is om uit te wijken, — en stipt hun militairen groet maakten, — want wij zagen hen bedaard aan — maar toch op een spottende en bijna beleedigende wijze; hoe zij op zekeren morgen al hun lederen wambuizen en kolders, die zij moede waren, voor de deur van hun kapitein opeenstapelden, waarover wij lachten, gelijk de ezel wanneer hij distelen eet; ja, hoe zij onder razen en vloeken twee fouragestrikken aaneenknoopten, met het blijkbaar doel om den kwartiermeester op te hangen. Dat alles heeft de kapitein in het half heldere en half duistere licht eener innig treurende herinnering vloeiend op schrift gesteld. (1) De soldaten morren terwijl zij onbestemd ontevreden zijn: de officieren leggen hunne betrekking neder en emigreeren uit weerzin.

Of men ondervrage een ander geletterd officier, die nog geen kapitein, maar slechts onderluitenant bij het regiment artillerie La Fère is, een jong mensch van een en twintig jaren, die wel bevoegd is om te spreken, met name Napoleon Bonaparte. Het is nu vijf jaren geleden, dat hij van de school van Brienne tot den rang van onderluitenant bevorderd werd, «daar La Place (2) hem in de wiskunde bekwaam bevonden

(1) dampmartin, Évènements, i, pag. 122—146.

'2) Pierre Sitnon marquis de Laplace (1749—1827), een der meest bekende wiskunstenaars van zijn tijd. Door toedoen van d'Alembert werd hij professor aan de militaire school en lid van de Académie des scienees (1773). Later werd hij examinator van de leerlingen van het koninklijk corps der artillerie.