is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlammenbeeld, dat, zoo als het zicli in ons arm brein en hart afspiegelt, hulsel en openbaring tevens is van Eenen Onnoembare, die ontoegankelijk licht bewoont! Van gene zijde van den melkweg, van voor het begin der dagen rolt en golft het — om u henen; ja, gij zelf zijt een deel daarvan, in de ruimte waar gij staat, in het oogenblik dat uw uurwerk teekent.

Of is het, afgezien van alle bovennatuurkunde, niet een eenvoudige waarheid, die zelfs het minder ontwikkelde verstand als zoodanig kan erkennen, dat alle menschelijke zaken in voortdurende beweging, werking en terugwerking zijn en volgens onveranderlijke wetten, phase op pliase, naar een voorgeschreven doel streven? Hoe vaak moeten wij liet zeggen en kunnen het toch niet genoeg op 't hart drukken: het zaad dat gezaaid is, zal opkomen! Op den bloeiendcn zomer volgt de verwelkende herfst; zoo is het niet slechts met zaaivelden gelegen, maar met alle overeenkomsten, inrichtingen, wijsgeerige stellingen, maatschappijen, met Fransche omwentelingen, kortom met alles wat de mensch op deze lagere wereld verricht. Het begin sluit het einde in zich en alles wat daarhenen leidt, gelijk de eikel den eik met al zijne lotgevallen bevat. Verheven genoeg, dachten wij er maar aan, hetgeen wij, ongelukkig, misschien ook wel gelukkig, niet zeer dikwerf doen! Hier kunt gij beginnen, het begin is hier en voor u, maar waar, hoedanig, en voor wien zal het einde zijn? Alles groeit en zoekt en ondergaat zijne lotsbestemming; maar bedenk ook hoe veel er groeit, gelijk de boomen, hetzij tv ij er aan denken of niet. Wanneer derhalve uw Epimenides, (1) uw slaperige Peter Klaus of Rip van Winkle, (2) gelijk men hem later genoemd heeft, weer ontwaakt, vindt hij een geheel veranderde wereld. Gedurende zijn zevenjarigen slaap is er zooveel veranderd ! Al wat buiten ons is zal veranderen, zonder dat wij er acht op slaan, veel zelfs dat in ons is. De waarheid, die gisteren nog een veelbesproken vraagstuk was, is heden tot geloof geworden, dat van begeerte brandt om zich te uiten; morgen heeft de tegenspraak het tot een razend fanatisme opgewonden, heeft t vijandige lot liet tot een ziekelijke vadsigheid afgestompt, morgen verzinkt het in het zwijgen der voldoening of der onderwerping. Heden is niet gisteren, voor menschen noch voor zaken. Gisteren vernam men den eed der liefde, heden is de vloek des haats gekomen. Niet vrijwillig, ach neen, hij moest komen. Zou zich de vroolijke jeugd gaarne in den afgeleefden ouderdom veranderen? — Vreeselijk is het, hoe ingehuld, hoe diep verzonken wij zijn in dat geheim van tijd, en zonen zijn des tijds, uit tijd gevormd en geweven, en op ons en op alles wat wij hebben, zien of doen, staat geschreven: rust niet, toeft niet, voorwaarts naar uwe bestemming!

Maar in tijden van omwenteling, die zich immers van gewone tijden slechts door hunne snelheid onderscheiden, zou een wonderbare zevenslaper veel eerder kunnen ontwaken en zich tocli nog genoeg verwonderen; hij behoefde niet eens een eeuw of zeven jaren te slapen, ja dikwerf geen zeven maanden. Men verbeelde zich eens bijvoorbeeld: een nieuwe Peter Klaus, vermoeid van al dien jubel bij het bondsfeest, hadde zich, onmiddellijk na den zegen van Talleyrand, nedergelegd, en ware, in de onderstelling dat thans alles goed ging, 1 edaard onder het plankwerk van het altaar des vaderlands in slaap gevallen, om daar niet een en twintig jaren, maar slechts jaar en dag te slapen. De kanonnade van Xaney, die te verwijderd is, verontrust hem niet, ook niet het zwarte lijklaken in de nabijheid, noch het zingen der requiems, en de minuutschoten, (3) de wierookvaten en het gedruisch vlak boven zijn hoofd, dat alles stoort hem niet, maar Peter slaapt rustig voort. Gelijk wij

(l i Don 1 Januari 1790 was door de ('omedie franfaise een tooneelstuk opgevoerd van de Flins, getiteld. Le Réveil dEpimènide " Paris ou les Ètrennes de lo liherté, waarin de hoofdpersoon iemand is uit de vorige eeuw, die meent, dat liij nog alles zal aantreffen, zooals liet in zijn tijd was.

(2) De held van een sprookje der oud-Holl:\ndsche kolonisten in Noord-Amerika, welk sprookje to ^inden is in 1 he Sketch liook van don bekenden Amerikaanschen sehrijver ^Vashington Inving*.

(3) Eene toespeling op den lijkdienst, die door de Parijzenaars den 20 September 17^0 gehouden werd voor de gesneuvelden te Nancy. Zie pag. 102.