is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

makkers ^n de zweep wisselen een snuifje met elkaar, willen niet te zamen drinken en nemen afscheid met een goeden nacht. (1) Maar, den hemel zij dank! daar is eindelijk, na gelukkig doorgestane gevaren, de koninklijke dame met haren gypsyhoed, die naar den weg heeft moeten vragen. (2) Ook zij wordt in het rijtuig geholpen, haar koerier springt op, gelijk de andere, ook een verkleede garde-duc>rps, reeds gedaan heeft, en nu, koetsier uit duizenden, graaf Fersen! — want de lezer ziet dat gij het zijt — rijd toe!

Geen stof zal onder de hoeven van Fersen's span blijven; rits! rats! De wagen ratelt en iedere borst ademt lichter. Maar is Fersen op den rechten weg? Noordoostw aarts naar de barrière St. Martin, op den weg naar Metz, derwaarts is onze bestemming, en zie hij rijdt juist naar het Noorden! De koninklijke persoon met den ronden hoed en de paruik zit verstomd, maar op den rechten weg of niet, er valt niets aan te doen. Rits! rats! onophoudelijk gaat het voort door de sluimerende stad. Zelden, sedert Parijs uit het slijk verrees (3) of de langharige koningen op ossenkarren er door togen, (4) zelden zag men zulk een rit. Aan beide zijden liggen stervelingen horizontaal uitgestrekt te slapen, terwijl wij waken en sidderen. Rits! rats! door de straat de Grammont, dwars over den Boulevard de Chaussée d'Antin op — deze vensters, thans zoo stil, van No. 42, waren die van Mirabeau. ^ oort gaat het naar de barrière, niet van St. Martin, maar van Clichy, geheel ten noorden! Geduld, koninklijke personen! Fersen weet wat hij doet. In de straat de Clichy stijgt hij een oogenblik bij mevrouw Sullivan at «Heeft de koetsier van graaf Fersen de nieuwe berlinc van de baïones de Korff gehaald? — «Sedert anderhalf uur met haar vertrokken," antwoordt knorrig de slaperige portier. „Cest bien." Ja, het is goed, maar beter ware het geweest, wanneer men die anderhalf uur niet verloren had. Derhalve verder, o Fersen, snel, door de barrière de Clichy, voort Oostwaarts, langs den buiten-boulevcird, wat paarden en zweep maar kunnen !

Aldus rijdt Fersen in den ambrosijnschen nacht. Het slapende Parijs ligt thans geheel aan zijne rechterzijde, alles is stil op een snorkend gegons na, en nu heelt hij de barrière van St. Martin bereikt, waar hij angstig naar de berline van de barones de Ivorff uitziet. (5) Eindelijk bespeurt hij de hemelsche berline, die daar met zes paarden bespannen staat, terwijl zijn eigen koetsier, een Duitscher, op den bok wacht. Recht zoo, goede Duitscher, nu haast u, gij weet waarheen!

gij het rijtuig, haast u ook, er is reeds veel tijd verloren. De hooge passagiers stijgen snel uit den wagen en in de nieuwe berline, de beide koeriers achterop. De glazen-wagen zelf wordt naar de stad gekeerd en mag op goed geluk rijden, waarheen hij wil; den volgenden morgen vindt men hem in eene sloot gestort. Maar Fersen zwaait op nieuw de zweep, en jaagt verder naar Bondy. Daar moet namelijk een derde en laatste koerier, ook een garde-du-corps, met postpaarden gereed staan. Daar moet ook de gekochte chais met de twee kameniers en hare lintdoozen zijn, zonder welke Hare Majesteit zich niet op reis kon begeven. Snel, behendige Fersen, en moge de hemel alles ten beste keeren!

Nog eenmaal is, God lof! alles in orde. Hier is het slapende dorp Bondy, de chais benesens de kameniers, de paarden alle gereed en de postillons in hunne kanonlaarzen ongeduldig in den dauw. In een oogenblik heeft men omgespannen, de postillons springen in den zadel en zwaaien hun knallende zwepen. Fersen buigt zich met een diep

(1; \\ em:r, II, 340—342. Choiseil, p. 44—50.

(2i Volgons het verhaal van de Kontanges, te vinden in de Memoires van NVeber.

(3) Zie pag. 17, deel I.

(4) Zie pag. 17, deel I.

i5) Dulaure wil het doen voorkomen, dat Fersen niet den weg kende en wist, dat de berline buiten de barrière van St. Martin wachtte, waarom hij een veel korteren weg had kunnen nemen.