is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V IJ F D E HOOFDSTU K.

Koningen en Emigranten.

Uiterst rheumatische constitutiën heeft men, hoewel dan ook in een waggelenden toestand, zien voortgaan en zich op de beenen houden, gedurende lange tijdperken, bij krachte van slechts één ding! dat het hoofd gezond was. Maar het hoofd der Fransche constitutie: De lezers weten aireede wat koning Lodewijk is en niet nalaten kan te zijn. Een koning, die de constitutie niet aannemen, die de constitutie niet verwerpen kan, die eigenlijk niets anders kan dan jammerlijk vragen: Wat zal ik doen? Een koning die door eindelooze verwarring omringd is, in wiens eigen gemoed geen kiem van orde aanwezig is. De overblijfsels van eenen trotschen, onverzoenlijken adel, die worstelen met ootmoedig berouw hebbende Barnave-Lameth's, die worstelen in dat donkere element van boodschaploopers en dragers, van gepensioneerde pochers uit het Café Valois, van kameniers, oorblazers en ondergeschikte dienstvaardige personen ; terwijl middelerwijl het verwoede patriottisme hoe langer zoo achterdochtiger toeziet! wat vermogen die in zulk een strijd? Ten hoogste elkander vernietigen en een nul teweegbrengen. Arme koning! De Barxave's en Jaucourt's fluisteren ijverig aan het eene, Bertrand i)e Molleville (1) en de boden van Coblcntz eveneens aan het andere oor, en het arme koninklijke hoofd draait naar deze en naar gene zijde en kan zich niet bepaald naar ééne zijde richten. De welvoegelijkheid sla er een sluier over; treuriger ellende toch heeft de wereld zelden gezien. Werpt niet de volgende onbeduidende omstandigheid het treurigste licht over menige zaak? De koningin klaagt tot madame Campan : «Wat zal ik doen? Wanneer zij, de Barxave's om iets raden, wat den adel niet bevalt, dan ziet men mij zuur aan; niemand komt meer aan mijne speeltafel, 's konings couchée (2) is als verlaten". (3) W at kan men in zulk eene verlegenheid anders doen dan onvermijdelijk te gronde gaan?

De koning heeft de constitutie aangenomen, van welke hij vooruit weet dat zij niets zal baten; hij bestudeert die en legt ze ten uitvoer, in de hoop alleen dat ze onuitvoerbaar bevonden worde. Koningsschepen liggen in de haven te rotten; de zeeofficieren zijn gevlucht, de legers gedesorganiseerd, de roovers stroopen lanss de groote wegen, die, onhersteld, in verval geraken. De geheele openbare dienst is verslapt en verwaarloosd, de uitvoerende macht zorgt voor niets, of zorgt slechts dat zij de schuld op de constitutie werpt: den dood nabootsende, fai&ant la mort! Welke constitutie kan voortgang hebben, als men zóó met haar omspringt? Der natie zal zij voorzeker ten walg worden, (4) wanneer gij zelt maar niet eerst der natie ten walg wordt. Dat is het plan van Bertrand de Moi.leville en van Zijne Majesteit, het beste dat zij vormen kunnen.

Maar, wanneer ten laatste dit beste plan eens te langzaam bleek te werken, wanneer het eens mislukte? Om ook daarin te voorzien, schrijft de koningin, in het diepste geheim gehuld, den geheelen dag, en dag aan dag, in cijferschrift naar Coblcntz, en de ingenieur Goguelat, die van den Xacht der sporen, (5)

(1) Deze deed den Koning na 20 Juni 1T92 een plan tot ontvluchting uit Parijs aan de hand, dat evenwel uitlekte.

(2) Zie noot 3 op pag. 165.

(3) Campan, II, 177, 202.

(4) Bertrand de Molleville, 1,4.

(5) Zie pag. 178.