is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soort veranderd zijn, komen door rasse verandering, — zullen wij zeggen, tot hun rechte bezitters? Fransch wild en Fransch wild-bewaarders strijken met hunne noodkreten op de klippen van Dover neder. Wie zou willen beweren dat niet het einde van vele zaken gekomen is ? Er is een geslacht opgestaan, dat gelooft dat de waarheid geen gedrukte bespiegeling, maar een praktische werkelijkheid is, dat vrijheid en broederschap mogelijk zijn op deze aarde, die men tot nog toe altijd als van Belial beschouwde, en die het erfdeel van "den opper-kwakzalver" moest zijn. Wie zou willen beweren dat kerk, staat, troon en altaar niet in gevaar zijn, dat niet zelfs de gewijde geldkist, het laatste palladium der afgeleefde menschheid, godslasterlijk opengebroken en van hare sloten ontdaan zou kunnen worden ?

De arme constitueerende vergadering mocht zoo kiesch diplomatisch handelen als zij maar wilde, mocht verklaren dat zij met de zaken harer naburen en met buitenlandsclie veroveringen, en wat dies meer zij, niets te doen wilde hebben, van den beginne af kon men niettemin voorspellen dat het oude Europa en het nieuwe Frankrijk niet met elkaar konden bestaan. Hoe zal een glorierijke omwenteling, die staats-gevangenissen en leenstelsel omverwerpt, die bij bondseeden met knallende kanon-salvo's voor het aangezicht der geheele wereld verkondigt, dat schijn niet werkelijkheid is, hoe zal die bestaan, te midden van regeeringen, die, zoo schijn geene werkelijkheid is, zijn — men weet niet wat? In onverzoenlijke veete, in worsteling en strijd op leven en dood, zoo en niet anders, zal zij naast haar bestaan.

De Rechten van den Mensch komen in alle mogelijke talen, op katoenen doeken gedrukt, op de Frankforter mis. (1) Wat zeggen we, op de Frankforter mis? Ze zijn over den Eufraat en den fabelachtigen Hydaspes gegaan, ze zijn over den Ural, Altai en Himmalajah gestegen: in hoekig beeldschrift, van houten stereotypen afgedrukt, rabbelt en babbelt men er van in China en Japan. Waar zal dat eindigen? Kien-Lung riekt onheil, geen nog zoo verwijderd Dalai-Lama (2) kan in vrede zijn gewijde koeken kneeden. — Wij haten ze, als den nacht! Roert u dan, verdedigers der orde! Zij roeren zich: alle koningen en koninkjes zijn in rep en roer met hun geestelijke en wereldsche macht; en dreigende wolken bedekken hun voorhoofd. Diplomatische zendelingen vliegen her- en derwaarts, er worden openbare en geheime vergaderingen gehouden, en wijze pruiken waggelen en nemen raad wat zij kunnen.

Ook de pamflettist brengt, als gezegd is, zijne pen in be.weging, zoowel van den eenen als anderen kant; ijverige vuisten slaan de kanseltrom. En niet zonder vrucht! Barstte niet het ijzeren Birmingham laatstleden Juli, zonder dat het zelf wist waarom, met den kreet van: -kerk en koning" in woede, dronkenschap en brand uit, en brandden niet onze Priestley's (3) en de overigen, die daar op den verjaardag van den val der Bastille middagmaalden allerdolst, ergerlijk om te zien! In dezelfde dagen, kunnen wij opmerken, reden hooge machthebbers, Oostenrijksche en Pruisische, benevens emigranten naar Pillnitz in Saksen en verkondigden hier, op den 27sten Augustus, terwijl zij wellicht wat verdere geheime overeenkomsten er al of niet mochten bestaan, voor zich

(1) Toulongeon, I, 256.

(2) Het geestelijk hoofd der Boeddhisten.

(3) Joseph Priestley (1733—1804), een beroemd Engelsch godgeleerde, en bovenal groot scheikundige. Als theoloog was hij gedurig in strijd met de corypheëen van die dagen. In 1780 werd hij bij eene Dissenter-gemeente te Birmingham predikant, maar door de overige geestelijken beschimpt, kreeg hij daar een zeer slechten naam, die er niet beter op werd, toen hij in 1790 uitgaf de Familiar letters addressed to the inhabitants of Birmingham in refutation of several charges. Zoo gebeurde het, dat het volk in Juli 1790 ti hoop liep en zijn huis, met al zijne wetenschappelijke werktuigen, lijn bibliotheek enz. in vlammen deed opgaan, terwijl Priestley zich zelf met moeite kon redden. Later ging hij naar Amerika, alwaar hij zeer bevriend was met president Jefferson en na nog eenige wetenschappelijke werken geschreven te hebben, in 1804 overleed.

II 30