is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stukken. En nu volgt er een tooneel, waarover de wereld langen tijd en niet ten onrechte getreurd heeft; want droeviger schouwspel van verwarring tegenover verwarring, waarbij zij elkaar als 't ware ook als zoodanig erkenden en elkaar T>nnoozel in het aangezicht staarden, heeft de wereld zelden beleefd.

Koning Lodewijk opent zijn deur, toen men er tegen klopt, staat met de borst bloot en vraagt: «Wat verlangt gij van mij?" De sansculottische vloed deinst vol ontzag terug, doch keert, door de achtersten gedrukt, gedrukt met den kreet: «Veto! Patriottische ministers! Geen Veto!" waarop Lodewijk moedig ten antwoord geeft, dat dit niet de tijd en ook niet de wijze is, om daarom te verzoeken. (1) Eere den man, waar hem eere toekomt! Het ontbreekt Lodewijk niet aan moed, hij heeft zelfs de hoogere soort, dien men zedelijken moed noemt, doch slechts de lijdelijke helft daarvan. Zijn

weinige nationale grenadiers schuiven hem in een vensternis en hier blijft hij met onberispelijke lijdelijkheid staan, te midden van het dringen en schreeuwen der menigte. Men overhandigt hem een roode vrijheidsmuts, hij zet ze bedaard op zijn hoofd, en vergeet ze daar. Hij klaagt over dorst, het half dronken gemeen biedt hem een flesch aan en hij drinkt er uit. «Sire, vrees niet," zeide een zijner grenadiers. «Ik vreezen?" antwoordt Lodewijk, «daar voel," terwijl hij de hand van den grenadier op zijn hart legt. (2) Zoo staat Zijne Majesteit met de roode wollen muts op, terwijl het zwarte sansculottisme doelloos, met onverstaanbare wanklanken en den kreet: «Veto! Patriottische ministers!" wijd en zijd om hem henen golft.

Zoo duurt het drie uren of nog langer! De nationale vergadering is verdaagd geworden, en het driekleur stadsbestuur helpt zooveel als niets; de maire Pétion laat op zich wachten, en nergens is eenig gezag. De koningin zit met hare kinderen en met zuster Elizabeth, in angst en tranen, niet voor haar zelve alleen, in een der binnenvertrekken achter gebarricadeerde tafels en grenadiers. De mannen in het zwart zijn allen wijselijk verdwenen. De blinde sansculottenvloed golft drie uur lang door het koninklijke slot.

Alles heeft intusschen een einde. Vergniaud komt, daar de avondzitting thans geopend is, met een deputatie van de wetgevende vergadering aan. Ook de

maire Pétion verschijnt, en voert van de schouders van twee grenadiers het woord tot de menigte. In deze en andere ongemakkelijke stellingen, op verschillende plaatsen, binnen en buiten, doet de maire Pétion, doen vele anderen zich hooren; eindelijk defileert de kommandant Santerre en gaat met zijn sansculottisme aan de tegenovergestelde zijde van het slot naar buiten. Toen hij door het vertrek kwam, waar de koningin met een waardige houding en met smartelijke onderwerping tusschen tafels en grenadiers zat, bood eene vrouw ook haar eene roode muts aan, zij houdt ze in hare hand, ja zet haar zelfs den kleinen kroonprins op. «Madame,"

(1) Deze lezing geeft Mignet.

(2) Dulaure, II, pag. 84.

Nieuw verdrag van den Koning met zijn Volk.

(Spotprent uit dien tijd).