is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorwaarts door de poorten van de Louvrc jagen. Eskadrons in menigte, en bereden eskadrons; eskadrons in het Palais-Royal, op het plein Vendöme; alle moeten op het rechte oogenblik aantasten, eerst deze, dan gene straat schoonvegen. Misschien zullen wij een nieuwen 20sten Juni beleven, slechts onvruchtbaarder nog dan gene? Of zal de opstand misschien zich in het geheel niet durven vertoonen? Mandat's eskadrons, rijdende gendarmes, blauwe nationale gardes marcheeren, kletterend en trappelend; Mandat's kanonnen rollen. Onder het hulsel van den nacht, bij den klank van den generalen mar<ch, dien men begint te slaan op een uur dat allen zich liever te bed moesten begeven. Het is de negende nacht van Augustus 1792.

De acht en veertig sectiën daarentegen onderhouden de gemeenschap door snelle boden, en kiezen ieder hunne -drie afgevaardigden met onbeperkte volmacht." De syndicus Roederer en de maire Pétion worden op de Tuilerieën ontboden; moedige wetgevers moesten wanneer de trom alarm slaat, op hun post zijn. Demoiselle ThÉroigne heeft hare grenadiersmuts op en een kort rijkleed aan, twee pistolen sieren het slanke middel, en eene sabel hangt in een gordel aan hare zijde.

Zulk een spel heeft men in dit Parijsche Pandaemonium, of de stad aller duivels! En toch is de nacht, terwijl de maire Pétion inden tuinder Tuilerieènwandelt, «schoon en kalm," Orion en de Pleiaden( 1) flikkeren helder. Pétion is in den tuin gegaan, want de -hitte" binnen was zoo «drukkend". (2) Zijne Majesteit toch had hem, gelijk inendenken kan, uiterst onvriendelijk ontvangen. En thans is er geen uitweg. Mandats eskadrons wijzen hem bij iedere poort terug; ja de grenadiers van Filles St. Thomas laten hunne tong den vrijen loop en zeggen: «hoe een deugdzame maire er voor boeten zal, wanneer er onheil mocht plaats vinden!" enz., anderen daarentegen zijn vol beleefdheid. Waarlijk, zoo iemand in Frankrijk dien nacht in verlegenheid is, dan is het de maire Pétion, die, zoo te zeggen, op straffe des doods, verplicht is om behendig met de eene zijde van zijn gezicht te lachen en met de andere te schreien; — wee hem, zoo hij het niet behendig genoeg doet! Eerst ten vier ure in den morgen ontbiedt de nationale vergadering, toen zij van zijne verlegenheid hoorde, hem tot zich, om verslag te geven wegens Parijs, waarvan hij niets weet; daardoor gelukte het hem echter naar huis te komen, hoewel zijn verguld rijtuig achterwege blijft. (3) Syndicus Roederkr's taak is bijna even netelig, en hij weet niet of hij klagen zal dan niet, alvorens hij den afloop ziet. Janus Bifrons (4) of Mr. Facing-both-voays als Bunyan het noemt. Middelerwijl wandelen de beide Janussen en andere dubbele aangezichten daar in dien tuin en spreken «over onverschillige zaken.-'

Roederer gaat van tijd tot tijd naar binnen, om te hooren en te spreken, om zelf naar het departements-bestuur te zenden, daar hij, hun procureur-syndicus, niet weet wat hij doen moet. Alle vertrekken zijn vol, omstreeks zevenhonderd mannen in het zwart, die elkaar dringen en stooten; roode Zwitsers, die pal staan als rotsen; het spook of gedeeltelijke spook van een ministerie, dat met Roederer en andere raadgevers rondom Hunne Majesteiten zweeft: de oude maarschalk Mailly, die aan des konings voeten knielt en tot hem zegt, da» hij en deze dapperen gekomen zijn om voor hem te sterven. Hoor, in den stillen middernacht, den klank der verwijderde stormklok! Ja waarlijk, toren bij toren stemt in hetzelfde lied. De zwarte hovelingen luisteren aan de om frissche lucht geopende

(1) Twee sterrenbeelden.

• 2) Roederer, Chronique de cinquante jours; Rt-cit de Pétion; oorkonden van het Stadhuis etc. (Histoire parlementaire, XVI, 399—406).

(3) Volgens de Mémoires van Barbaroux was Pétion alleen ontboden om hem als gijzelaar te kunnen houden.

14) De tweehoofdige godheid in de Romeinsehe mythologie.

II 38