is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vensters en onderscheiden de verscliillende klokken; (1) dat is het luiden van St. Iïoch; luister, is dat niet St. Jacques, genaamd de la Bouchcric? Ja. messieurs! Of zelfs Si. Germain l'Auxerrois, hoort gij die niet? Hetzelfde metaal dat vóór tweehonderd en twintig jaren storm luidde, maar toen op bevel eener Majesteit, op den vooravond van den St. Bartholo?neiisd«g\ (2) Zoo bengelen de klokken, die door de hovelingen van elkaar onderscheiden worden. Ja, dat is, naar het schijnt, het stadhuis zelf, men kent het aan den klank! Ja, vrienden, dat is het stadhuis, dat aldus tot den nacht spreekt. Marat zelf, zoo gij het wist, trekt daar aan het touw! Marat trekt aan het touw, Rohespierre is diep verholen, de eerste veertig uren onzichtbaar, en eenige mannen hebben moed, andere niet, en zelfs de waanzin zal hun dien niet geven.

Wat woelende verwarring, wijl de uitkomst allengs nadert, en de twijfelvolle ure, in smarte en blinde worsteling, haar zekerheid baart, die nimmermeer is weg te nemen!

legen middernacht zijn de gevolmachtigde afgevaardigden, drie van iedere sectie, in het geheel honderd en vierenveertig, in het stadhuis vergaderd. Mandat's eskadron, dat daar post heeft, belette hun den toegang niet. Zijn ze niet het 'centraal-comité der sectiën,' dat. daar gewoonlijk zitting houdt, hoewel dezen nacht in grooter aantal? Zij zijn daar, beheerscht door verwarring, besluiteloosheid en tongengesnap. Snelle boden ijlen, het gerucht fluistert van zwarte hovelingen, roode Zwitsers, van Mandat en zijne eskadrons, die zullen aanvallen. Zou het niet beter zijn, den opstand uit te stellen? Ja, stel hem uit. Maar luister! SI. Antoine luidt welsprekend op eigen hand storm! Vrienden, neen! gij kunt den opstand niet uitstellen, gij moet hem thans voortzetten en met hem leven of sterven.

Nu, gezwind dan! dat het oude in ambt zijnde stadsbestuur, op het gezicht der ge\olinachtigden \an het souvcreinc volk, zijne betrekking nederlogge en voor de nieuwe iionderd en vierenveertig plaats make! Het zij ge wilt of niet, waardig oud stadsbestuur, gaan moet gij! Ja, is het niet voor menig stadsraad een geluk, dat hij zijne bandon in onschuld wasschen en daar zitten kan, verlamd, zonder verantwoordelijk te zijn, tot de ure baart, of zelfs rustig naar huis mag gaan. (3) Slechts twee oi ten hoogste drie van de ouden behoudt men; den maire Pktion, die op dit oogenblik in den tuin der Tuilericèn wandelt, den procureur Manlel. en den substituut-procureur Danton, onzichtbaren Atlas van het geheel. En, zoo heeft men niet zijne honderd en vierenveertig, onder welken een Huguenix, een Billaud, een Chaumette, de Tallien's en de Fabre d'Eglantine's, (4) Sergent's, Panis, (5) kortom, de geheele ontluikende of reeds ontlokene bloem van het onbeperkte patriottisme, als door een wichelroede een nieuw stadsbestuur geschapen, dat gereed is om zonder eenige beperking te handelen, en zich ronduit »in opstand" te verklaren! In de allereerste plaats ontbiede men dus den kommandant Mandat met zijne order van den maire, de nieuwe municipalen bezoeken voorts de eskadrons die aantasten zouden, en men doe de stormklok luiden zoo hard zij kan, en voor 't overige, voorwaarts gij honderd en vierenveertig: aan terugtreden valt voor u niet meer te denken.

Lezer, zelt op uw gemak, verbeeld u niet, dat een opstand zoo gemakkelijk is. Een opstand is moeilijk: iedereen toch is onzeker zelfs van zijn naasten buurman

<1) Roederkr. Chroniquo de cinquante jours.

(2) Zie noot 2 op pag. 8.

'3 Documenten van de Sectiën van hot Stadhuis. iHistoire Parlementaire, XVI. 399-466.) 4' I hilippe Fran^ois Nazaire Pnbre dEglantine IT.jö—1794, geboren te Limoux, was vroeger kojnodiant en daarna, bij het uitbreken der revolutie, een aanhanger van Danton, in wiens val hij (1794) werd medegesleept.

(5) Panis, oen zwager van Santerre, was advocaat te Parijs. Hij werd in de nieuwe .commune" liu van liet «comité du salut public, dat uit haar midden benoemd werd.