is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder een besluit af te wachten, bij dezen zich zelve ontbindt. De verslaggever Rabaut zou gaarne zijne en hare laatste woorden spreken, maar het brullen verdooft

zijne stem. Gelukkig, dat de tweeëntwintig nog ongedeerd gebleven zijn!

Vergniaud drijft de wetten der beleefdheid zoo ver, dat hij, tot verbazing vau sommigen, het voorstel doet, "dat de sectiën van Parijs zich verdienstelijk gemaakt hebben jegens het vaderland." En daarop keeren de sectiën op den laten avond in hare wijken terug. Barrère zal van alles verslag doen. Snel vliegt de vlugge pen over het papier; voor hem is het een slapelooze nacht. Dat is het einde van Vrijda°- den laatsten Mei. °

De sectiën hebben zich verdienstelijk gemaakt, maar zouden zij zich niet nóg verdienstelijker kunnen maken ? Voor het oogenblik zijn de verraderlijke Girondijnen wel is waar ter neer geslagen en onschadelijk gemaakt, maar zullen zij zich bij een meer gunstige gelegenheid niet ontzaglijker weer verheffen, en moet de republiek niet nog altijd in spijt van hen gered worden? Zoo redeneert het patriottisme, steeds permanent; zoo redeneert den volgenden morgen de gestalte van Marat, die men in het gewoel der sectiën onderscheidt. En zoo doet zich op Zaterdagavond de stormklok opnieuw hooren, juist toen Barrère alles zoo schoon bewimpeld had en zijn verslag op het punt stond van met de avondpost te vertrekken. De gcneraalmarsch wordt geslagen; gewapende mannen vatten voor dien nacht post op het plein Vendöme en elders, en zijn van spijs en drank voorzien. Daar onder het zomersterrendak, wachten zij dien nacht af wat er te zien en te doen zal zijn; Henriot en het stadhuis geven de noodige teekens.

Op den klank van den generalen marsch snelt de Conventie naar de vergaderzaal terug, doch slechts ten getale van ongeveer honderd, verricht weinig zaken en stelt ze tot morgen uit. De Girondijnen wagen het niet er heen te gaan, de Girondijnen zoeken een nachtverblijf buiten hunne woningen. De arme Rabaut die den volgenden rrorgen met Louvet en eenige anderen door de opgeruide straten op zijn post terugkeert, wringt de handen en roept uit: »IUa suprema dicsl" (1) Het is Zondag de tweede Juni van het jaar 1793 volgens ouden stijl, volgens nieuwen stijl van het jaar één van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Wij zijn tot het allerlaatste hoofdstuk in de geschiedenis der Girondijnen in de hooge vergadering o-p-

li ** o o o o

naderd.

Het is de vraag, of ooit eene aardsche Conventie onder zulke omstandigheden vergaderde als deze Nationale Conventie thans. De stormklok luidt, de barrières zijn gesloten, geheel Parijs staat met verbazing toe te schouwen of is onder de wapenen. Men rekent dat er niet minder dan honderdduizend man onder de wapenen zijn; de nationale gardes, en de gewapende vrijwilligers, die naar de grenzen en naar de Vendée moesten snellen, maar niet wilden zoolang het verraad niet gestraft was, en slechts her- en derwaarts vliegen! Zoo velen, die bestendig onder de wapens zijn, omringen het paleis en den tuin der Tuilerieën. Daar is kavallerie, infanterie, artillerie, sapeurs met baarden; in den nationalen tuin ziet men de artillerie in hare veldovens kogels gloeiend maken, en hare lonten branden. Henriot rijdt, met een vederbos op, te midden van een bepluimder. staf; alle posten en toegangen zijn bezet, reserves staan tot in het bosch van Boulogne, de uitgezochtste patriotten zijn het dichtst bij de schouwplaats. Nog iets moeten wij doen opmerken, te weten dat het bezorgde stadsbestuur bij de veldovens de proviandwagens niet vergat. Geen lid van den souverein behoeft naar huis te gaan om te eten, maar kan in rij en gelid blijven staan, daar er een overvloed van spijzen ongevraagd rondgaat. Verstaat dit volk den opstand niet?

(1) Louvet, Mémoires, pag. 89.