is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedekt net schoon gelaat, de wangen waren nog blozende, toen de scherprechter het afgescheiden hoofd omhoog hield, om het aan het volk te toonen. "Het is zeker waar," zegt Forstkr, „dat hij honende de wangen sloeg, want ik zag het met eigen oogen; de politie deed hem deswege gevangen zetten." (1)

Zoo is het schoonste en vuilste in aanraking gekomen en heeft het een 't ander vernietigd. Jean Paul Marat en Marie Anne Charlotte Corday, beiden zijn eensklaps niet meer. „Dag van voorbereiding van den vrede?" Ach, hoe is de vrede mogelijk, of hoe kan hij voorbereid worden, wanneer bij voorbeeld de harten van beminnelijke meisjes in haar kloosterlijke stilte niet van liefdesparadijzen en het licht des levens droomen, maar van bloedige Corday s-oflèrs en een rocmvollen dood? Dat vijfentwintigmillioenen harten in zulk eene stemming zijn geraakt, dat is de regeeringloosheid, daarin ligt de ziel der regeeringloosheid, vrede kan er de belichaming niet van zijn! De dood van Marat, die oude vijandschap tienwerf aanvuurt, zal erger zijn dan zijn leven. O, gij ongelukkige twee, die elkaar wederkeerig vernietigdet, het schoone en het afzichtelijke, rust nu beiden in den moederschoot die u beiden baarde!

Dat is de geschiedenis van Charlotte Corday hoogst bepaald, hoogst volmaakt; engelachtig-demonisch, gelijk een star! Adam Lux gaat naar huis, half uitzinnig, om haar in druk en op het papier te vergoden, om voor te slaan dat men haar een standbeeld oprichte met liet opschrift: Grooter dan Brütus. (2) Vrienden houden hem het gevaar voor oogen, Lux acht zulks niet, en denkt slechts dat het schoon moest zijn met haar te sterven.

TWEEDE HOOFDSTUK.

In Burgeroorlog

Maai in diezelfde uren is een andere guillotine elders aan den arbeid; heden sterft Charlotte voor de Girondijnen te Parijs, morgen sterft Chalier (3) door de Girondijnen te Lyon.

Van het rollen der kanonnen langs de straten dezer stad is het tot een losbranden, tot een razenden strijd gekomen; Nièvre-Chol (4) en de Girondijnen zegepralen, achter hen houdt zich, als overal, een royalistische partij verscholen, hare kans verbeidende. Verwarring genoeg te Lyon, en de heerschende partij laat zich niet weinig voorstaan! Want ook het geheele Zuiden is op de been, werpt Jacobijnen in de gevangenis, en wapent zich voor de Girondijnen; men heeft dus een „congres ia Lyon," ook een »omwentelingstribunaal te Lyon" en de anarchisten zullen sidderen. Zoo wordt Chalier aldra schuldig bevonden aan Jacobinisme, aan een moorddadig complot, aan de «redevoering met blooten dolk op den 6den Februaii laatstleden; (5) en den volgenden morgen gaat ook hij zijn laatsten gang door de straten van Lyon, ter zijde van een geestelijke, met wien hij zich ijverig schijnt te onderhouden, thans, nu de bijl zoo nabij blinkt. Nog in zijn oude dagen

(1) Briefwechsel, I, 508.

'2) Zie Dulaure, II, 465.

(3) Zie pag. 133.

(4) Zie pag. 133.

(5) Zie pag. 133.