is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE HOOFDSTl' K.

Naar beneden!

Wij zijn dan nu tot dien diepen zwarten afgrond genaderd, waar de loop aller dingen sedert lang heen gericht was, en waar zij thans, bij den duizelenden rand aangekomen, in verwarden ondergang, hals over kop, dooreen neerstorten, neer, neer, — totdat het Sansculottisme voleindigd is, en in deze wonderbare Fransche omwenteling, als op een oordeelsdag, eene wereld snel, zooal niet herboren, dan toch verwoest en verzwolgen is. De schrik is langen tijd verschrikkelijk geweest, maar voor de handelende personen zeiven is het nu duidelijk geworden, dat de hun voorgeschreven weg die der verschrikking is, en zij zeggen: het zij zoo. »Que la terreur soit a l'ordre du jour."

Zoovele eeuwen, rekenen we slechts van Hugo Capet (1) tot nu, hebben te zamen opgehoopt — elke eeuw deed het met interest over aan hare opvolgster — die som van boosheid, van valschheid, van verdrukking des menschen door den mensch. De koningen zondigden, en de priesters, en het volk. Schurken praalden triumfeerend, met vorstelijken diadeem, met adellijke kronen, met geestelijke myters; of de nog noodlottiger soort van geheime schurken in hun mooi-klinkende formulen, spitsvondigheden, schijnbare fatsoenlijkheid, alles van binnen hol: het ras der kwakzalvers was geworden zoo talrijk als de zandkorrels aan de zee. Tot eindelijk zulk eene somma van kwakzalverij zich had opeengehoopt, dat, in één woord, het aarde en hemel walgde. Langzaam scheen de dag der verrekening; hij naderde, volstrekt onbemerkbaar, dwars door de schittering en fanfaronnade van glanzenden hof- en veroverenden heldenstoet, den allerchristelijksten grand monarque en een geliefkoosd Pompadourisme; zie, hij was steeds naderkomende, zie, hij is gekomen, plotseling door geen mensch voorzien ! De oogst veler eeuwen rijpte in het laatst zoo snel, en thans, het veld is wit geworden, en snellijk wordt ingeoogst, als 't ware in één dag. Geoogst in dit rijk van den schrik, en thuis gevoerd, naar den Hades(2) en den afgrond. Rampzalige zonen Adams: steeds is het zoo; en nooit weten zij het, noch zullen het weten. .Met blij welgedaan gelaat, dag aan dag en geslacht na geslacht, de een den ander succes wenschende, zijn zij aan het werk en zaaien wind. En toch, zoo waar God leeft, storm zullen zij oogsten: iets anders zeggen wij, is niet mogelijk, — daar God is eene waarheid, en zijne wereld is eene waarheid.

De geschiedenis intusschen heeft bij de behandeling van dit rijk van den schrik haar eigene moeilijkheden gehad. Zoolang het verschijnsel in zijn oorspronkelijken toestand bleef, als bloot «gruwelen der Fransche omwenteling," viel er genoeg te zeggen en te schreeuwen. Met en ook zonder vrucht. De hemel weet het, er waren schrik en

(1) Hugo Capet, (987—997) de stamvader der Fransche koningen, die de Karolingers van den troon verdreef.

(2) De onderwereld in de Grieksehe mythologie.