is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongerijmde evenwel, om het kostbaar bewerkte godsbeeld van ivoor en goud onbeschut te laten en het inwendige des tempels aan den vernielenden invloed van het klimaat prijs te geven, heeft nu tot vernuftige stelsels van afdekking en verlichting geleid, die na de latere onderzoekingen van Doerpfeld en andere schrijvers van gezag, als Durm, van Sybel, Perrot, Chipiez, Choisy en Dieulafoy, worden verworpen. Terecht merkt Choisy oj), dat men bij de restitutie van het inwendige

met uviHK'g ifi\rinii£ houdt met < iriekenlands zuidelijken hemel en de eischen van verlichting onwillekeurig te veel afmeet naar die van ons eigen, Noordelijk klimaat.

In aanmerking genomen de belangrijke breedte van den ingang in vergelijking met die der col la (fig. 148), drong hier voldoende licht binnen, te meer daar in de bloeiperiode der Grieksche kunst hare diepte aanmerkelijk vermindert en dus de verl icht i ng bevorderd wordt, juist in den tijd dat de beeldhouwkunst haar meesterwerken voortbrengt en vooral de tempels in Griekenland zelf, hun rijken

Fig. 144. Gedeeltelijke lengte-doorsnede van den Poseïdontempel. plastisclieil tOOl, 111- Cll

uitwendig verkrijgen.

„Verschillende tempels waren versierd met beelden van ivoor en goud. Men mag zich deze niet voorstellen in 't volle licht geplaatst, hun schittering ware dan hinderlijk aan den duidelijken indruk. Eerst in halven toon gehuld, verkrijgt hun vorm de juiste waarde. Hiervan overtuigen ons twee gebouwen: de Palatijnsche kapel te Palermo en de moskee van Omar te Jeruzalem. Hun verlichting is ternauwernood voldoende om den weg er in te vinden, maai