is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

siering haar traditie soms doet gevoelen in de teekening en behandeling van liet figuur, het gewaad, getuigt toch het geheel reeds van zekere vrije opvatting en eigen waarneming. Vooral het ornament heeft reeds een nieuw karakter verkregen.

Een schoon voorbeeld is de gewelfschildering der kerk te Petit-Quevilly (Plaat II). Fig. 1 stelt voor het benedendeel van het gewelf, waarop de Doop van Christus is verzinnelijkt. De beschildering der dwars bogen is op fig. 2 en 3 aangeduid, terwijl fig. 4 en ."> aan de apsis zijn ontleend.

H E T W 0 l) SHI'1 S.

Hiervan bleef slechts weinig bestaan. De algeheele hervormingen en uitbreidingen die de steden in den loop der tijden moesten ondergaan, om aan de zich steeds wijzigende eischen der bevolking te voldoen, deden nagenoeg alle woonhuizen van den Koinaansclien tijd verdwijnen. Daarbij waren zij vaak door minder duurzamen bouw vanzelf tot een kort bestaan veroordeeld. Vooral in Noordelijke streken, rijk aan hout, waar dus dit materiaal veel werd aangewend, werden in korten tijd talrijke huizen, ja geheele steden

door brand verwoest.

Alleen in Midden- en Zuid-Frankrijk, waar de steen-architectuur overheerschend was, bleven nog enkele woonhuizen gespaard. In plaatsen als Cluny, Saint-Antonin, Saint-Gilles, Poitiers, Laon, Alby, Perigueux, bekend om hun indrukwekkende Middeleeuwsche kerkgebouwen, bestaan nog eenvoudige Komaansche woonhuistypen, krachtige getuigen van den kunstzin der 12p eeuw op dit gebied.

Het burgerwoonhuis was van bescheiden aanleg. Het onderscheidt zich van de antieke woning ') door de indeeling der vertrekken op twee of meer verdiepingen, onmiddellijk aan de straat gelegen. Noodzaakte het smalle terrein soms tot den aanleg van een binnenplaats, dan werden hieraan de dienstvertrekken geplaatst. Op den beganen grond bevonden zich de ruimten tot uitoefening van het bedrijf, de werkplaats, de winkel, onmiddellijk van de straat toegankelijk. Een afzonderlijke toegang tot de trap der bovenwoning was soms aangebracht. Het tvpe komt vrijwel met de hedendaagsche burgerwoning overeen. Slaap- en verdere dienstvertrekken werden op de verdiepingen ingedeeld. De muren, uit baksteen of breuksteen bestaande, waren gepleisterd, de ruimten met balklagen, uit moer- en kinderbinten bestaande, overspannen.

Karakteristiek is de gevelarchitectuur der woonhuizen te Cluny (fig. 7•>). Een groote steenen spitsboogopening van gedrukt aanzien duidt het winkelhuis of de werkruimte aan. Zij is verdeeld door houten stijlen, de deur in 't midden en kleine ramen rondom. De afzonderlijke toegang i> al of niet

ij Deel I, pag. 319.