is toegevoegd aan uw favorieten.

De architectuur in hare hoofdtijdperken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met verschillenden straal zijn bepaald (tig. 184).J) Van dit rechthoekig stergewelf worden aangenomen de muurbogen A J' en A K' als mede de kruinlijnen K" 8' en J" 8". Naar deze gegevens worden de overige ribben vastgesteld. Zoo wordt van rib A H de hoogte H H' = h° H°. Door H' A te lialveeren en de verdeellijn tot aan de snijding niet liet verlengde van A H door te voeren, is in liet middelpunt van den boog A 11'. De rib C (J wordt verkregen door de loodlijn o o', in het snijpunt o met de kruinlijn K S opgericht, aan de loodlijn o° O" gelijk te maken. Verder wordt het middelpunt n evenals voren bepaald en de boog C o' getrokken waarvan de rilt C Gr' een deel is.

\ ig. 186. Netgewelf.

Evenzoo de kruinrib G H. Daar nu de punten (1 en H reeds bekend zijn, geeft de ontmoeting der deellijn van li en g, met liet verlengde van G H, in p liet gewensehte trekpunt. En zoo vervolgens. Aangezien alle ribben met verschillenden straal zijn getrokken, wordt de uitvoering bij liet ontspringen uit het kapiteel en bij hun onderlinge ontmoeting eenigszins nioeielijk. De Engelsche bouwmeesters hebben dit bezwaar takt vol ontweken door middel van den saamgestelden boogvorm (tig. 167).

Een andere uitvoering van liet stergewelf is die op grondslag van den halven bol, gaande door de hoekpunten A E D C. (tig. 185). Alle ribben liggen nu in liet bolvormig oppervlak, zoodat rib A II wordt bepaald door

l) Hkeymann. Baukonstruktionslehre. Band I.