is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontredderden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 't Is dan zaterdag... dan hebbe ze cente.

Hein, die heel het bedelpogram van de week uit

het hoofd kende, en alles precies wist, wreef van vergenoegdheid zyn gezicht in de handen rond, zei oudmannetjes-achtig:

— Mooi zoo! Je begint het nou ook te leere!

En zij lachte:

— Alsof ik dat niet wist, gekke Hein!

Samen trokken ze nu op naar 't park.

— Lawe wachten tot donker, sloeg Bet voor, ineens weer bevreesd voor ze wist zelf niet wat.

— Welnee, dan kunne we ommers niet zien.

— Je weet toch waar 't ligt!

— Natuurlik... 't is nog al wiedes.

Hjj dacht nu ook aan de angst van die avond, herhaalde nog eens:

— Je mot toch uit je doppe kunne kijke... in 't donker kan-je niks uitvoere ...

— Kunne ze ons niks make? vroeg bangelijk nu Bet weer.

— Och, je bent net 'n kind.

— Zoo, zei kleine Bet sneu, wat ben jy dan groot!

In 't half-schemer, terwijl de heesters al weer bijna zwart leken, slopen ze naar de struiken bij de groote boom. Wel drie keer waren ze omgeloopen, want telkens stond er een policieagent, die maar niet heen wilde gaan. Maar nu was hij weg en moest het gebeuren.