is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontredderden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeten, ze stevig opklotsend zelfs doo* het besef van geld in hun zak, of ook wel stil-stappend, de gezichten vreugdig om te verrassen. Ze klakten gelyk-met-de-deur de kamer binnen, de deur die ze rap openden met een krak en met 'n flap weer achter zich toe trokken. Overal op de kale trappen en bordessen en in de holle gangen trippelden, trappelden de kinderen, die de moeders hielpen bij het aansleepen — en heel het huiskarkas met zijn zestien schelknoppen, aanduidend het aantal gezinnen dat er woonde, relde en rammelde in 't vlot en opgewekt beweeg.

Heel de week, en ook zelfs zondagsmiddags als de straat uit kuieren ging, was er alles stil, leek het egale kleurlooze gebouw met zijn rijen gelijke vensters en zijn vroeg-doorweerde, verflooze gevel één enkele starre eenzaamheid, dor, doods en klam. Er mochten bewoners de trap opgaan, de trap afkomen, de kamerdeur openen en toeslaan, dit veranderde niets aan het aspekt, gaf zelfs geen leven aan de steedsgeboende trappen, vreugdeloos-krakend in haar ontijdige gesletenheid. Leeg bleven de wit-gekalkte, van onder zwart-beteerde gangen, waar het zonlicht neerdroop als in een naakt klooster kaal en kuisch, en waarop de kamers vier-aan-vier uitmondden, met onder en boven weer een gelijk aantal vertrekken, een kwadrate optasting en naast-elkaar-zetting van de zestien woongedeelten. Die naakte wit- en zwart bekalkt-