is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek voor de methodiek der leervakken, ten dienste van hen, die studeeren voor de hoofdacte en voor vergelijkbare examens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe de houding der hand moet zijn bij het teekenen van verschillend gerichte lijnen.

Dat het teekenonderwijs voor ieder van nut is, zal licht worden erkend, wanneer men nagaat, hoe groot het gemak is, dat men heeft van een juist opvatten en een nauwkeurig weergeven van vormen en tinten.

En dit gemak springt te meer in 't oog, ook al mocht men 'tzelf niet hebben ervaren, wanneer men bedenkt, dat soms een lange omschrijving noodig is, waar een eenvoudige teekening antwoord kan geven op de vraag naar den vorm van eenig voorwerp. Het is niet voldoende, dat wij vormen leeren opvatten, we moeten ze ook leeren weergeven En dat laatste wordt menigmaal vergeten, waar men de waarde van het teekenonderwijs in twijfel trekt. Hoevele zaken moeten niet uit teekeningen worden geleerd! En waardoor leert men beter een teekening opvatten dan door het leeren teekenen zelf? En het is een feit, dat de opvatting van een schetsteekening b. v. niet zoo licht is als menigeen denkt. We hebben hierbij voornamelijk het oog op perspectivische verschijnselen, waarover we reeds bij het aanschouwingsonderwijs spraken. Straks komen we er op terug.

§ 58. Methode en leerstof.

Laten we nu weer aan de hand van onze algemeene eischen, enkele voorwaarden bespreken, waaraan goed teekenonderwijs in het bijzonder moet voldoen.

Het onderwijs wekke veelzijdige belangstelling. Kan dit van het teekenen worden gezegd? Kan het dienen tot verstandelijke en zedelijke vorming?

Zeer zeker; we merkten hiervan reeds een en ander op. Inderdaad voelt het kind zich aangetrokken tot den vorm en de kleur tot de kleur vooral. Zie zijn pogingen om na te maken, wat het waarneemt! Zie zijn oogen schitteren en zijn gelaat glanzen van genoegen, als het een mannetje heeft geteekend in den stereotypen „kindervorm", of een huisje met ramen in de hoeken, maar merk hierbij tevens op, hoeveel overeenkomst er bestaat in die gebrekkige „reproducties van gezichtsindrukken." Maar bovenal ook, welk een genot schept het kind