is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek voor de methodiek der leervakken, ten dienste van hen, die studeeren voor de hoofdacte en voor vergelijkbare examens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We achten liet niet mogelijk uit te maken, hoe een les (in 't algemeen) moet worden behandeld. Veel zal afhangen van den aard der les en van liet doel, dat men zich voorstelt te bereiken. Zoo zal een eenvoudige les anders moeten besproken worden dan een moeilijke; een les, die rijk is aan inhoud (zaakkennis) zal o. i. niet mogen worden gelijk gesteld met een, waarbij de voi ui hoofdzaak is en in de hoogste klasse achten we een andere inrichting van het leesonderwijs noodig dan in de lagere.

Wat toch is het einddoel van ons leesonderwijs? Dit, dat de leerling zelf zooveel het kan tot klaarheid komt met betrekking zoowel tot den vorm als tot den inhoud. Practisch mag het dus geacht worden in het laatste leerjaar b. v. den leerling dikwijls met de les alleen te laten, opdat hij gelegenheid hebbe zelf rustig over het gelezene te denken. Onze taak is het dan, te onderzoeken, waar hij goed, waar niet goed heeft gelezen en bij te springen, waar zijn krachten nog te kort schieten. In het later leven moet hij ook zichzelf helpen — wij dienen hem daartoe zeker voor te bereiden.

In de vroegere jaren kan ons hoofddoel zijn: de leerlingen bekend te maken met de taal in haar verschillende vormen (waarbij we 't zaakonderwijs aan de leervakken overlaten), in de hoogste of hoogere klassen moet de leerling ook gewend worden aan '( opdoen van kennis uit het leesboek.

Stellen we nu, dat we een les moeten behandelen, die ten doel heeft taalkennis aan te brengen (het begrijpen van die vormen en het verband der gedachten), dan is wel aan te bevelen vooraf de voorstellingen bewust te doen worden van de zaken, waarover in de les gesproken wordt, opdat we zoodoende beter ons gesteld doel kunnen bereiken. Dit zal dan vooral in de lagers klassen moeten geschieden. Indien bovenstaande les voor een lagere klas geschikt ware, zou op dien trap der voorbereiding derhalve de leerling moeten mededeelen, wat hij reeds weet omtrent: de natuur in den winter; de veranderingen als gevolg van den komst der lente (het te voorschjjn komen van bloemetjes, madeliefjes); de wispelturigheid van het weer — het bevriezen van de ontloken bloemen, die zich te vroeg waagden, of het verdwijnen onder de sneeuwlaag enz. Doch, we herhalen: op den trap,