is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek voor de methodiek der leervakken, ten dienste van hen, die studeeren voor de hoofdacte en voor vergelijkbare examens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. Zaakondéruiijs.

a. Aardrijkskunde. 1.') (Zie „Het Zaakonderwijs" en blz. 89 van dit Handboek). 2. Het schoolgebouw. 3. Platte grond van bet lokaal en de school; windrichting. De buurt. Wandelingen. Platte grond van gemeente en omgeving. \\ aarnemingen aan de maan, (phasen) en de zon; regen, wind etc. 4. Andere gemeenten. Grondsoorten. Grenzen des lands. Aardr. v. Nederland (volgens meth. eenheden). Onze buren; opkomst en ondergang der maau. Temperatuur, weer en wind. 5. Europa en O.-ïndië. Voortzetting der waarnemingen. Vorm der aarde. Draaiing der aarde. Dag en nacht. 6. De werelddeeleu. Herhaling van Europa en Nederland. Ontstaan der jaargetijden, klimaat, maan en planeten.

b. Geschiedenis 1. (Zie Zaakond). 2. Ambten en bedrijven. 3. De School uit kult.hist. oogpunt; verlichting, verwarming enz. 4. Gemeente-bestuur, kult. hist. des lands. Gesch. van verlichting enz. Gesch. der laatste eeuw. 5. Ons land van 1500—1813. 6. Gesch. des Vad. in chronologische orde.

c. Natuurkunde. 1, 2 en 3. Waarnemingen. 4. Meten, wegen, S.G.; communiceerende vaten, capillariteit, smelten, stollen, bezinken, indampen, kristalliseeren. Warmte (thermometer). 5. Veerkracht, de lucht en haar spanning. Gassen. Pompen. Wet van Archimedes. Gewicht en uitzetting der lucht (kachel, vertilatie); koken en distilleeren, stoommachines, magnetisme, verdamping. 6. Wijziging der temperatuur. Geleiding en uitstraling. Uitbreiding der kennis van S.G. Wet van Archimedes. Waterdamp. Geluid. Licht. Koolzuur en zuurstof in verband met planten en dierenleven. Electriciteit.

d. Plantkunde. 1 en 2. (Zie Zaakond.) 3. De boomen in de verschillende jaargetijden. Zaden-Cultuurplanten. Zaaien en pooten. Enkele weideplanten. Bladeren. 4. Cultuurgewassen ook in verband met handel en nijverheid. Ooftboomen en groenten. Bloeiwijzen. 5. Wortels eu knoppen, stengels, bladen, zaden en vruchten, thee, tabak, suikerriet, cacao, peper en gom enz 6. Enkele vreemde planten. Het leven der planten.

e. Dierkunde. 1 en 2. (Zie Zaakond.) 3. Dieren uit de omgeving. Vos, Wolf, beer, leeuw (in verband met lectuur). 4. Nederl. dieren. Enkele vreemde: rendier, zijdeworm enz. 5. Uitbreiding. Enkele vreemde dieren in verband met de aardr. Groepeering. Het inwendige samenstel (geraamten, enz.) 6. De menscli.

IIa. Taalonderwijs.

De grammatica sluit aan bij het stellen.

De inhoud der leesoefeningen sluit aan bij het ander ouderwijs (bekende woorden enz.) 1. Vertellingen en versjes niet buiten den voorstellingskring der leerlingen. Spreekonderwijs tegelijk met het zaakond. en 't vertellen.

Overschrijven van leeslesjes. Dictees. Klinkers en medeklinkers. 2. Als 1. Memoriseeren van versjes en stukjes proza. Voordracht. Vertellen. Steloefeningen, aansluitende bij het zaakond. en het lezen. Eukele spelregels, (lettergrepen). 3. Lectuur id.j steloef. aansluitende bij zaakond. 4. Lectuur en stellen als 3. Oefeningen aansluitende bij het stellen en afz. taaioef. 5. Td. Studie van de voordracht. 6 Zie 5. Beschrijving van werktuigen, dieren, planten, platen. Beeldspraak. Voor het grammatikaal ond. zie het Handboek blz. 381.

') De cijfers duiden de leerjaren aan.