is toegevoegd aan uw favorieten.

Salomons tempel, door het evangelielicht opgehelderd en vergeestelijkt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deuren, als ik te vorenzeide, waren nochtans nooit wijd open gezet, ik meen in het tegenbeeld; nooit zag iemand alle de rijkdommen en volheid die in Christus zijn, zoodat zeg ik een nieuw komer, indien hij bij tegenwoordig gezicht oordeelde, voornamelijk indien hij maar weinig zag, mocht lichtelijk misleid worden, waarom dezulken voor het meeste gedeelte zeer schrikkelijk bevreesd zijn, dat zij nooit daartoe zullen komen.

Hoe zegt gij, nieuweling, is niet dit het geval met uwe ziele? Het schijnt u zoo toe dat gij zijt te dik, zijnde zoo een groot, zoo een dikbuikig zondaar? Maar o gij zondaar, vrees niet, de deuren zijn omdraaiende deuren, en mogen wijder en wederom wijder naar dat geopend worden; weshalve wanneer gij tot deze poort komt, en u verbeeldt, dat daar geen plaats genoeg is voor u om in te gaan, zoo klopt en het zal wijder voor u geopend worden, en gij zult ontvangen worden, Luc. 11:9. Joh. 6 : 37. Zoodan, wie gij zijt, dewelke tot de deur gekomen zijt, waarvan de Tempeldeur een voorbeeld was, vertrouwt niet op uwe eerste bevattingen van zaken, maar gelooft dat daar is overvloed van genade. Gij weet nog niet wat Christus kan doen, de deuren zijn omdraaiende deuren. Hij kan meer als overvloedig doen boven ai wat wij bidden of denken kunnen, Eph. 3 : 20.

De hengsels op welke deze deuren hingen, waren als wat ik u zeide, van goud, om te beteekenen, dat zij beide draaiden op motieven en bewegingen van liefde, en ook dat de openingen daarvan rijk waren.

De posten waarop deze deuren hingen, waren van het olijf-geboomte, dat vette en olieachtige geboomte; om te toonen dat zij nooit openen met onwilligheid of traagheid, als deuren doen, welker hengsels olie ontberen. Zij zijn altoos olieachtig, en openen dus gereedelijk en terstond voor dezulken die aan haar kloppen. Hieromtrent leest gij, dat hij die in dit Huis woont, geeft vrijelijk, bemint vrijelijk en ons goed doet met zijne gansche ziel. Ja, zegt Hij, Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hen weldoe; en Ik zal ze getrouw in dezen lande planten, met mijn gansche hart en met mijn gansche ziel. Jer. 3 : 12, 14, 22. Jer. 32 : 41. Openb. 21 : 6. Cap. 22 : 17.

Weshalve de olie van genade, beteekent voor dezen olieachtigen boom, of deze olijven-posten, waarop deze deuren

4