is toegevoegd aan uw favorieten.

Kapitaal en arbeid in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had veroverd, van zijn regeersysteem daarna. Want eerst nadat het liberalisme door de grondwetsherziening van 1848 de gelegenheid had gekregen zijn beginselen en begeerten in daden om te zetten, kon natuurlijk de bestrijding op staatkundig gebied der antirevolutionairen met volle kracht inzetten.

Van 1813 tot 48 had de staat berust op een kompromis van verschillende machten. Ofschoon voor de anti-revolutionairen het Kaïns-teeken der omwenteling op het voorhoofd dragend was hij voor '48 niet zuiverburgerlijk. Maar nog geen vijf jaar was de middelklasse heerschende klasse, of de houding van hare grootwaardigheidsbekleeders in zake de kwestie der bisdommen, de hautaine onverschilligheid voor de volksvooroordeelen van den autoritairen Thorbecke vooral, bood de anti-revolutionairen de gewenschte gelegenheid, zich te wikkelen in de vlag der nationale gezindheid. Gisteren nog als „vreemdelingen in het vaderland, dat zij vuriglijk dienden"2) beschouwd, uitgekreten als obscurantisten, voor wie de groote liberale partij de schouders ophaalde en op wie zij „la mort sans phrase" toepaste3) werden zij door de April-beweging 4) in één

1. De Restauratie noemt Groen „de omwenteling voortgezet onder monarchale firma".

2. Vos, bl. 313.

3. Vos, bl. 352.

4. De Aprilbeweging was een sterke agitatie, gevoerd tegen de erkenning der pauselijke brieve, die in Maart '53 de katholieke organisatie van 1559 voor Nederland weder invoerde, de oude bisdommen herstelde, enz. Groen, en de professoren Doedes env. Oosterzee, waren van deze agitatie de voornaamste intellektueele aanvoerders. De Utrechtsche kerkeraad gaf het sein tot een adresbeweging op groote schaal. De geheele agitatie was voor de antirevolutionairen buitengewoon voordeelig, en voerde hun vele rekruten toe onder hen die het protestantisme in Nederland bedreigd achtten. Joh. van Violen geeft in een schrijven aan J. A. Alberdinck Thijn (aangehaald bij A. Verweij, Het leven van Potgieter) een kleurrijk tafereel van de Aprildagen, waaraan wij het volgende ontleenen:

„De lucifersjongens op den Dam heeft men geen rust gelaten eer ze geteekend hebben. Vrouwen met drie, vier kinderen, met zuigelingen, zelfs de bevolking der weeshuizen, der fabrieken van