is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn wetensdorst aangaande vraagstukken van meer speculatieven aard. De woelingen van het maatschappelijk leven, zijne soms hoog opgaande golvingen moesten bovendien — in aanmerking genomen de sfeer waarin hij ademde — zijn aandacht grootendeels ontgaan. Organen van eenigszins vooruitstrevende politieke richting werden door Meryan streng geweerd. In zijn huis duldde hij alleen bladen die zijn eigen denkbeelden verkondigden, dagbladen die óf wel zorgvuldig verzwegen de verschijnselen welke zijn conservatief liberalisme konden kwetsen, öf van die verschijnselen een lezing gaven, er op berekend in hun lezerskring de meest aangename gewaarwordingen op te wekken. Aldus kon het geschieden, dat de patricische huizinge op de Heerengracht eenigszins geleek op een ontoegankelijke vesting, welker granieten wallen de felste maatschappelijke golvenbranding vermochten te trotseeren.

Toen Barthold de laatst gesproken woorden onbeantwoord had gelaten, vestigde zijn vader een ernstigen blik op hem, terwijl hij daar stond met zijn groote donkere zwaar beschaduwde oogen droomerig op één punt gericht en met de hem zoo welbekende uitdrukking op het gelaat, die in oogenblikken van twijfel en onzekerheid daar steeds op zetelde. Dan geleek hij weder op den eenzelvigen stuggen schoolknaap, die beweerd had dat er niemand op de wereld was die deugde; dan verscheen weer dat sombere in zijn blik dat hem als kind zoo onkinderlijk deed schijnen.

„Ja, er zijn heel wat vraagteekens in het leven voor ons oprijzend," hernam Meryan eindelijk na een langdurige stilte. „De zaak is dat je veel dingen anders zoudt wenschen dan zij zijn. Dat wilde ik vroeger ook .... en ik wil het nog. Maar al ons willen helpt ons niets. Wij kunnen geen jota veranderen aan wat is. Het menschdom is nu eenmaal door de natuur verdeeld in kasten; en van de hoogste tot de laagste kaste is de afstand even groot als tusschen de hoogste en de laagste diersoorten. Zich af te vragen het waarom van dit feit zou gelijk staan met de vraag, waarom de adelaar die de wolken doorklieft niet gelijk is aan den aardworm die bij voorkeur wroet in het duister."

„Ja, maar de adelaar heet een adelaar en de aardworm heet een worm.... maar wij heeten allemaal menschen!"

„Een adelaar en een worm heeten beiden dieren 1" viel zijn vader in.

„Maar zijn met dat al totaal anders georganiseerd, terwijl

wij "

„Je hebt gelijk. Mijn beeld deugt niet. Laten wij dus in plaats van een adelaar een der edelste viervoetige dieren