is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te vinden. Haar antwoord kon hem volstrekt niet schelen.

„O, zóóveel....!" zeide zij met warmte, „vooral van vogeltjes en duiven en honden

„En katten! vulde hij lachend aan, zich herinnerend haar angst, als de huiskat in de kamer was en op gebruikelijke poesenmanier beleefd tegen haar wilde zijn.

„Neen, katten niet, dat is waar. Zij had wel gaarne het tegendeel willen zeggen, kennende zijn bijzondere sympathie voor die afschuwelijke dieren, maar zij had vroeger al te vaak haar afkeer getoond.

„Ik vind katten zoo wreed, omdat zij altijd op die arme vogeltjes jacht maken!" zeide zij na een pauze, „en voqeltjes zijn mijn lievelingen!"

„Maar op muizen maken zij ook jacht en dan worden

zij erg door ons geprezen."

„Ja natuurlijk. Maar u zult muizen toch niet met vogeltjes willen vergelijken."

-Neen, maar katten zien er, geloof ik, niet zooveel verschil in. Zij zullen, vrees ik, heel moeielijk kunnen begrijpen waarom zij wel muizen mogen eten en geen vogeltjes." „Ja, zoo dom van die dieren. Muizen zijn er voor. Maar

die aardige zingende vogeltjes te verslinden het is

arschuwelijk!"

Barthold glimlachte. Hij vond haar verrukkelijk mooi zooals zij daar in het gouden morgenlicht naast hem op de bank zat, en met haar klein lief mondje onzin verkondigde. Maar tegelijkertijd toch maakte zij hem wel wat ongeduldig.

„Ja, dat eeuwig elkaar verslinden in de natuur is altijd een wreedaardig schouwspel. Maar helaas, alle schepselen zijn nu eenmaal genoodzaakt hun honger te stillen. Daarom juist vind ik dat wij menschen ons zooveel mogelijk in dat opzicht boven de dieren moeten verheffen."

„Hoe bedoelt u dat ?"

-Wel, wij eten immers ook de liefste vogeltjes op

en dat niet om onzen honger te stillen maar alleen uit smulzucht. En om het genot nog grooter te maken, zijn er menschen — jagers heet men ze - die ze alleen uit liefhebberij gaan doodschieten of in netten vangen en wurgen bij honderden te gelijk.... vinken en patrijzen en wilde duiven en snippen en leeuwrikken en kwartels en lijsters! Heeft u wel eens lijsters van nabij gezien? Het zijn zulke mooie diertjes met hun fijne kopjes en groote oogen — oogen als van nachtegalen."

\ keek hem aan, niet wetend of hij schertste dan wel ernstig was. Eerst het terrein willende verkennen, beqon zij te lachen en zeide:

„Verbeeld je!"