is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plotseling zag en gevoelde het hooge Mysterie van dat Leven, het Doel, het Alles.

En steeds gretiger dronk hij ze in die reine aether van zijn verbeelding, zich dronken starend aan zijn eigen visie, meenend die te kunnen vasthouden voor altijd in machtig willen, zich geheel overgevend aan de ziele-vervoering van den naar mooiheid dorstende, voor wien de grenzen tusschen Gelooven en Begrijpen wegvallen bij het naderen van het land der Belofte.

De nachtwind verhief zich, drong met zijn verstijvenden adem naar binnen en hij rilde.

De werkelijkheid keerde langzamerhand tot hem weder. Hij ontwaakte als uit een betoovering en zag verwonderd om zich heen. Wat was het donker en koud!

Hij streek een lucifer aan om op zijn horloge te zien .... vier uur!

Half werktuigelijk stond hij op en begaf zich ter ruste, trachtend niet meer te denken, maar te vergeefs. De opgeroepen gedachtenbeelden wilden niet meer wijken, bleven hem door de hersenen woelen totdat het licht aanbrak. Toen kwam er een soort zan ontnuchtering over hem, de luciditeit verdween, een floers omnevelde zijn geest en eindelijk viel hij in slaap.

Een paar maanden gingen voorbij. Onder de Delftsche studenten liep het gerucht, dat Meryan ziek was — neen erger dan ziek, dat hij gekrenkt was in zijn geestvermogens, en wel eerstdaags naar Meerenberg zou verhuizen. Hij kwam nergens meer, niet meer aan zijn tafel, niet in de societeit, niet eens op de colleges. Hij hield zich dood, sloot zich in zijn kamers op als in een vesting, bewaakt door zijn hospita, onder de gegeven omstandigheden in een grimmige Cerberus omgevormd.

Wat ter wereld kon er met hem gaande zijn, vroeg men zich af ? Leed hij wellicht aan periodieke vlagen van zwaarmoedigheid ? Hij had wel meer van die vreemde eenzelvige buien! — Of had papa Meryan wellicht op de beurs verliezen gehad en was hij heel of half geruïneerd?

Men verdiepte zich in gissingen totdat eindelijk „op de kroeg" iemand wist te vertellen, hoe hij uit zekere bron had vernomen, dat Meryan bevriend was geraakt met Martalis. Maar dat praatje vond bij niemand geloof. Het klonk al te bizar. Een aristocraat als Meryan, bevriend met dien socialist, dien opruier, dien volksmenner, die natuurlijk door alle fatsoenlijke jongelui genegeerd werd! Dan zou inderdaad bevestigd zijn het algemeen vermoeden, dat het in zijn boven-