is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog voor gij den tijd zoudt hebben het terrein te verkennen!

„Of wel — en dit zou nog erger wezen — gij zoudt aan den parlementairen arbeid deelnemen, gij zoudt, trotseerend den doodenden druk van intriges, kuiperijen, compromissen, die de krachtigste individualiteit verlammen, een nieuwen frisschen levensstroom stuwen door dien bedorven politieken dampkring, in plaats van de aanwezige ontbindings-elementen te laten voortwoekeren en aldus zijn ondergang te verhaasten. Elke nieuwe kracht het parlementarisme toegevoegd, is een nieuwe voorwaarde tot zijn instandhouding, elke bloedververnieuwing in die verpeste zieke aderen vertraagt zijn dood, beijvert zich in het half vergaan organisme nog eenig leven te houden. Hij die daartoe aanspoort, is dus niet de vriend, maar de vijand van den arbeider".

Een opgewonden applaus brak zijn woorden af.

„En het is niet alleen gevaarlijk" vervolgde hij, „het is immoreel, karakter- en zielbedervend — ik weet het bij ervaring — te behooren tot een vereeniging van individuen, wier mandaat meebrengt drie vierden der natie te beschouwen niet als menschen, niet als denkende, gevoelende, op levensschoonheid en levensvreugde recht hebbende schepselen, maar als productie-werktuigen, als levende machines — naast die van staal en ijzer —■ alleen geschapen om voor een klein getal bevoorrechten te bouwen hun paleizen, te weven hun kleederen, te delven in voortdurend levensgevaar uit de ingewanden der aarde de kolen die hen moeten verwarmen, en beweegkracht geven aan de machines die produceeren voor hen, aan de treinen die rollen voor hen, die hen brengen naar de schoonste plekjes der aarde, om daar nog verfijnder genietingen te smaken dan het eigen land oplevert. En inmiddels moet gij, arbeiders, weelde-voortbrengers, die dag en nacht slooft, u vergenoegen met armzalige, vunzige krotten, hebt gij nauwelijks kleederen om u te dekken, voedsel om uw vermoeid lichaam te versterken, brandstoffen om u te verwarmen, ziet gij tot zelfs uw vrouwen en kinderen afgebeuld in fabrieken en werkplaatsen voor een schamele bete broods. En dan beschouwen zij, die door u, arbeiders, worden gekleed en gevoed en verwarmd en gekoesterd in al de weelde door uw inspanning voortgebracht, dan beschouwen zij u en uw vrouwen en kinderen als „het plebs", „het gepeupel", „het grauw", waarmede elke aanraking als een ontwijding van hun hoogheid is te beschouwen".

Weer een nieuwe uitbarsting van toejuichingen.

„Zedeloos is het", ging de welluidende stem voort, „zitting te nemen in een vereeniging van afgevaardigden, die, na zich op de meest eerlooze wijze het grootste deel der nationale