is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Denk eens, Carla, wat het wezen zal elkaar in het aangezicht van allen te mogen liefhebben. Dat bedriegen en huichelen stuit me zoo geweldig tegen de borst... en dat zal het jou natuurlijk ook doen."

„Nauurlijk," was haar antwoord, „maar het is toch beter dan ons geheim te vroeg te verraden. Jij schijnt zoo zeker van de toestemming van je vader, maar ik niet. En wat zal er gebeuren als hij er tegen is, omdat.... omdat ik in zijn oogen maar een arme gouvernante ben! En als hij je verbiedt aan mij te denken! Zie je! dat zou mijn dood zijn ... Haar stem werd plotseling door tranen als verstikt, en diep ontroerd drukte hij haar arm vaster in den zijnen.

„Mij verbieden aan je te denken.... alsof dat zoo maar te verbieden is! Jij bent mij alles, Carla, en ik zou evenmin van je afstand kunnen doen als van de lucht die ik inadem.

„Maar laten wij nu eens kalm de zaak beschouwen. Het allerergste wat zou kunnen gebeuren — indien vader er tegen was — zou wezen, dat hij ons trachtte te scheiden .... Welnu, in dat geval zou je tijdelijk bij je vriendin in Brussel kunnen gaan, waar ik, zoodra ik het volgend jaar meerderjarig ben, je dan kom opeischen. Tegen deze mogelijke scheiding van een of twee jaar — hoe akelig het ook zou wezen — zie ik nog minder op dan tegen een langer bedriegen van mijn ouders."

„O! hoe kan je zoo bedaard over zoo iets spreken!" riep zij verwijtend. „Misschien van hier te moeten gaan .... weggezonden te worden als een dienstbode die ...."

Zij kon niet verder spreken en barstte los in een tranenvloed, die geenszins geveinsd was. De angst dat hij zijn wil zou doordrijven en haar laatste hoop op een veilige toekomst misschien weer zou worden vernietigd, maakte haar radeloos. Zij besefte te goed waarin haar macht over hem bestond, om niet vóór alles te vreezen een langdurige scheiding, alleen aangevuld door brieven.... waarvan het schrijven haar zoo'n ontzettende moeite kostte, en die hem, zooals zij wel gemerkt had, toch nooit bevredigden!

Haar heftigheid had hem eerst verschrikt en haar tranen maakten hem willoos. Die groote bedroefde oogen zoo smeekend te zien opstaren naar hem — oogen van iets heel zwaks en teers en afhankelijks dat hulp zoekt — het deed hem in eigen oogen zoo krachtig en mannelijk worden, en hij bracht haar tot bedaren met veel liefkoozingen en zoete woordjes en leidde haar zachtjes naar een bank.

Hij zelf bleef echter voor haar staan en nu en dan op en neer loopen, want zooals zij daar zat, in hare lijdelijke overgave aan zijn wil, als een klein bang kind, vond hij haar