is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet bij machte hem zoo vernederd voor zich te zien, met een penhouder in de hand strak voor zich uit tuurde.

„Vader, wat moet u van mij denken bracht hij, bij

het zien van die strenge stijve houding, bijna onverstaanbaar uit; en toen de aldus aangesprokene tot eenig antwoord minachtend de schouders ophaalde, wankelde hij naar een stoel en ging daar zitten, doodstil, totdat Meryan, zich naar hem omkeerend, bemerkte dat hij snikte met geluidlooze hevigheid, de handen geperst voor het gelaat, het lichaam trillend van ingehouden schokken. Het was een snikken zonder tranen, dat pijnlijk was om aan te zien.

„Wat moet hij zich zwak voelen!" dacht Meryan, nog meer ontstemd door die houding, en niet begrijpend hoe het juist zijn trots, zijn eergevoel was, dat werd gestriemd door het besef hier als een schuldige voor de rechtbank te staan.

„Barthold," zeide hij op bedarenden toon, „laten wij trachten kalm te blijven. Wat geschied is, kan toch niet meer

ongedaan worden gemaakt. Zeg mij slechts dit ééne je

beschouwt freule de Martignel als je verloofde, niet waar?"

Barthold hief snel het hoofd op, en zijn ontdane trekken kwamen te voorschijn.

„Natuurlijk. Maar ik had het niet voor u moeten verbergen, dat is mijn schuld."

„En sedert hoe lang .... houdt gij van elkaar ?"

„Sedert verleden zomer."

„Een vol jaar dus!" klonk het op een toon van sarcasme.

„Ja, een vol jaar!" barstte zijn zoon uit. „Een vol jaar heb ik gelogen en gehuicheld, en iedereen bedrogen, uur aan uur. U kunt mij nooit erger verwijten doen dan ik mijzelf reeds gedaan heb. Alles wat u mij voor de voeten wilt werpen, neem ik van te voren aan."

„Maar waarom dan zoo te handelen?" vroeg Meryan zachter, want die driftige opflikkering van trots deed hem zijn eigen bloed herkennen. „Waarom niet dadelijk eerlijk en loyaal met mij gesproken?"

„Dat had ik behooren te doen.... maar dat eerste jaar in Delft had ik niets uitgevoerd, en ik vond het dus ongerijmd dan ook nog met een engagement voor den dag te komen, daar ik vreesde dat u er tegen zoudt zijn."

„Waarom vreesde je dat?"

Hij aarzelde, ter wille van Carla weer genoodzaakt onwaar te zijn.

„Omdat ik in mijn eerste studiejaar was en niet eens examens had gedaan.... Carla vreesde het daarom ook."

„Ik hoop dat je mijn vraag niet onbescheiden zult vinden," hernam Meryan met lichte ironie, „maar ik wilde weten,