is toegevoegd aan uw favorieten.

Barthold Meryan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitging, door zijn ongeëvenaard arbeidsvermogen, door den steun haar verstrekt bij haar eigen bemoeiingen en die scheen te verdubbelen haar eigen kracht, zoo volmaakt was hun eenstemmigheid van opvatting in de meeste dingen. Doch thans had de eerste botsing plaats, en mevrouw Denners, toevallig getuige van de discussie, luisterde met alle aandacht, zich er niet in willende mengen, maar zeer benieuwd hoe die zou eindigen.

„Het valt me vreeselijk van je tegen!" hernam Anna na een pauze. „Want je blijkt veel onverdraagzamer te zijn dan Rustin, die, toen ik je naam noemde, dadelijk bereid was je

als spreker te doen uitnoodigen. Jelui bent tegenstanders

dat is nu eenmaal zoo; maar hij schijnt, waar het de goede zaak gold, groot genoeg om alle antagonisme over het hoofd te zien."

„Ik weet reeds lang dat Baltian Rustin onfeilbaar is 1" zeide Barthold eenigszins geprikkeld. „En nu je hem zelf hebt gesproken, schijnt hij je eenvoudig te hebben gehypnotiseerd. Je weet dat ik er zeer tegen was dat je naar hem toe zoudt gaan, en niet ten onrechte, nu je reeds onder zijn invloed staat", „Wat is dat onrechtvaardig!" riep Anna met gloeiende wangen. „Ik vind het diep treurig, dat de noodlottige wapenen die hij in den strijd bezigt naar zijn meening noodig zijn, en hij niet begrijpt dat hij op die wijze wel argwanende, verbitterde, alles en iedereen hatende wezens, maar geen socialistisch voelende menschen vormt. Maar dat hij een tegenstander, een partijgenoot van zijn doodvijand, toestaat in zijn partij ook andere nobeler wapenen aan te wenden, dat getuigt naar mijn inzien van een mooie en ruime opvatting.''

„Zooals ik zeg .... je bent door hem betooverd. Hij heeft natuurlijk met zijn voorstel een of ander agitatorisch doel. Dat zal later wel blijken."

„Natuurlijk heeft hij er een doel mede .... ook wij hebben dat. Maar ik zal hem dadelijk schrijvenging Anna voort, steeds warmer wordend, „ik zal hem schrijven dat ik verkeerd heb gedaan je naam te noemen en dat je de uitnoodiging weigert.''

„Als je het mij toestaat, Anna, zal ik hem zelf schrijven, en hem mijn redenen onomwonden meêdeelen.1'

„Zooals je wil; maar zoo iets geeft alweer verbittering, en daardoor zal je aan de zaak een onnoemelijke schade toebrengen!"

„Acht je hem niet veel te „groot" om een zaak te gaan benadeelen uit wrok jegens iemand, of uit welke persoonlijke drijfveeren ook ? Zoo iets is goed voor mij.... maar voor hem! J"

B. M. 25.