is toegevoegd aan uw favorieten.

Ethische fragmenten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van hoe groot belang deze kennis is, willen wij thans nagaan.

Breedvoerig behoeven wij niet meer te omschrijven wat onder zelfkennis moet worden verstaan. Hij, die zichzelf doorgrondt, die eigen kracht en eigen zwakheid kent, die zijne handelingen en van die handelingen de roerselen klaar voor oogen heeft, die tegenover zichzelf waarachtig is — die kent zichzelf.

Reeds zagen wij hoe de kennis van onszelf een bron is van menschenkennis. En hierdoor is zij ook leermeesteres in die groote en moeielijke kunst, die „omgang met de menschen" heet. Zegt men van iemand: ,.hij kan met alle menschen omgaan," dan bedoelt men daarmede een lofspraak. Wie dit werkelijk kan, voortdurend kan, zonder het prijsgeven van beginselen, zonder het verloochenen van eigen waarde, zonder met iedereen mede te gaan — die bezit inderdaad eene benijdenswaardige gave. Maar hij bezit meer. Hij bezit een van de middelen om op de menschen te kunnen werken.

"Welnu, wie zichzelf kent, en daardoor iets weet van het menschelijk hart, zal van niemand het onmogelijke vergen; hij zal bij zijn eischen zijn menschen aanzien en zoodoende de billijkheid betrachten; hij zal met niemand spreken over onderwepen, diens bevatting te boven gaande; hij zal niet langdradig zijn; hij zal