is toegevoegd aan uw favorieten.

Ethische fragmenten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met verbazing vraagt men dan: ben ik dat nu inderdaad zelf geweest? Dan ondervindt men, dat er een tijd was, waarin wij meenden onszelf te kennen, en zie, hoe dwaalden wij daarin! Waarin wij meenden nog al iets te beteekenen, en zie, hoezeer vergisten wij ons! Soms is de vergelijking zeer teleurstellend. Aan menigeen herinnert zij een tijd, waarin zijn consciëntie nog zoo eng was, dat hij er zelfs niet aan dacht de hand uit te strekken naar deze of die verbodene vrucht; dat er daarna een tijd gekomen is, waarin hij schoorvoetend en met kloppend hart de bevende hand werkelijk uitstak; dat. wederom daarna, die vrucht herhaaldelijk genomen werd en de hand telkenmale minder beefde en het hart minder klopte; en dat hij nu op dat punt van beving der hand noch van klopping des harten iets meer weet. Wanneer aldus het „toen" en het „nu" onmiddellijk naast elkander worden geplaatst, dan ontwaakt het geweten. Dan klaagt de mensch over verloren reinheid, over de ruimte van zijn eigen conscientie. Dan komt hij tot heilzame kennis van zichzelf.

Dan wordt ook het wantrouwen, waarmede hij begon, grooter. Zien wij thans in, dat wij, wijzelf, vroeger dwaas waren; dat wij te hoog grepen; dat wij geen blik hadden op onszelf; - dan moeten wij de mogelijkheid erkennen, dat wij over tien jaren juist, zoo zullen oordeelen over onzen toestand van heden. Dit