Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vloot bevelen? Dat gedoogde de naijver van Holland niet, en dan bovendien Evertsen was niet de partij der Stadhouderloozen toegedaan en hierom vooral kon hij geen genade vinden in de oogen van Jan de Witt.

Evertsen weigerde aanvankelijk in zee te gaan, doch de Staten van Zeeland verzochten hem dringend den aanstaanden tocht bij te wonen. In de vergadering dier Staten geroepen, sprak hij: „ Ik zal wel in zee gaan en altijd toonen, dat ik daar ben, maar aan boord van den Vice-Admiraal Witte Wittenszoon kom ik niet, en ontvang van hem geen bevelen."

Daar men voorzag, dat de twist tussclien de beide bevelhebbers tot groote schade van het vaderland zou leiden, behield Witte Cornelisz. de With slechts kort het opperbevel en werd in zijn plaats Wassenaer van Obdam algemeen Vlootvoogd over de Nederlandsche zeemacht, die door zijn hooge geboorte boven de twistenden stond en door zijn betrekking — Overste der Ruiterij — onbevooroordeeld was.

Nog eenmaal werd Evertsen door Holland vernederd. Bij den tocht van De Ruyter en Evertsen naar de Oostzee werd de laatste onder de bevelen gesteld van zijn vroegeren Commandeur, die nu Vice-Admiraal van Holland was geworden. Gekrenkt in zijn eer door een dergelijke behandeling, gaf hij De Ruyter duidelijk te verstaan, dat hij hem nimmer vrijwillig als zijn meerdere zou erkennen. De Ruyter, die de gramschap van Evertsen zeer goed kon verklaren. toonde op dien tocht echter zooveel tact, dat er nimmer met Evertsen eenig geschil rees en de beide Vice-Admiralen in vriendschap naast elkaar leefden.

de Jongh, Woord naast Beeld. Toelichting.

Sluiten