Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beiden moesten elkander voorbijgaan en toen zij dat deden, keken zij beiden op en groetten elkander diep. Want de eenzame wandelaar was ook een koning, al zat hij niet op een troon.

Maar heel veel onderdanen had hij toch, want zijn rijk was dat der schoonheid en wie daar binnenkwam, luisterde naar zijn verhalen.

Plotseling schoot er een gedachte door het hoofd van den koning.

Hij keerde zich om, liep den wandelaar achterna, tikte hem op den schouder en zeide: „Heer dichter."

„Majesteit?"

Nu vertelde de koning van zijn zieken kleinzoon en dat alles den jongen verveelde. En terwijl hij sprak, liepen weer de tranen den koning in zijn baard.

Toen dacht Fantasio na en hij zeide: „Majesteit, ik wil het prinsje nu en dan wat vertellen. Vindt u dat goed ?"

De koning greep de hand van Fantasio en drukte die dankbaar.

Sluiten