Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Peter vindt alles om zich heen mooi en goed.

„Ik bracht eens," begon Fantasio nu te vertellen,

„een poosje in een heel klein dorpje door, ver hier vandaan. Het was zoo'n heel klein plaatsje, midden in de bergen, waar het zoo stil is, dat men er niets hoort dan het ruischen en suizen of bulderen van den wind, die van ver verwijderde streken schijnt te komen. In het dorp zelf hoorde men nu en dan een kar ratelen, de kinderen spelen, een haan kraaien, een koe loeien, maar dat was al. Als ik buiten wandelde, zag ik niets dan bosschen, bergen en hemel en dan hield dikwijls mijn goede fee mij gezelschap en fluisterde

mij allerlei verhalen in."

„Wezenlijk?" vroeg prins Peter.

De gravin lachte.

Sluiten