Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met zorgzame handen schikte de gravin de plantjes in vazen en dicht, heel dicht bij Peter's bed moesten ze staan.

En eindelijk kwam de dag, dat Fantasio terugkeerde. En nu zat hij bij Peter en vertelde honderd uit.

„Kenden ze u nog, Fantasio?" vroeg Peter.

„Niet allen, maar toch veel," antwoordde de dichter. „En weer ben ik met de kinderen naar de bosschen en bergen geweest, en weer hebben zij mij van alles \erteld. Ik heb ze hun wenschen laten doen.

„Daar was een klein meisje, dat wou een roode, vuurroode Zondagsche jurk hebben met gele biesjes, en witte kousen met blauwe strepen."

„Hoe vreeselijk mooi," lachte Peter. „Toe gravin, neem een potlood en schrijf het op, want anders vergeten we het. Hoort u, een vuurroode met gele biesjes."

„Ja, ja," zei de oude dame, „ik kan niet zoo gauw schrijven als jij spreekt."

„En dan," ging Fantasio door, „was er een kleine jongen en die wou een groote pan met zuurkool hebben met een dikke reep spek en voor drie centen ballen om te zuigen."

Sluiten