Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noppen, zooals haar tante had, die een paar dorpen vei der woonde. Zoo'n zachte doek, die net een kattevel was, als je erover streelde.

„En er was een jongen, die over een poosje van school kwam en leeren wou, zoo dolgraag leeren, want als meester vertelde, dan was het net of de school een mooie plek uit het bosch was, waar de vogels zongen. Maar hij moest gaan werken op het land, want zijn vader kon hem niet missen en leeren was toch zoo heerlijk, net als mooi kerkgezang, zei hij.

„En dan was er ook een meisje, dat een grootmoedertje had, een oud menschje, een heel oud vrouwtje. Haar huisje was door den wind ingestort. En ze zou gelukkig zijn met een nieuw, waarin je plaats had voor een tafel en een paar stoelen, en met een ïaam, waar bloempotjes voor konden staan.

„Dan was er ook een jongen, die groene verf wou hebben voor zijn kippenhok en ook roode voor strepen, die hij er op wou trekken, en witte verf had hij ook zoo heel graag, want de luikjes voor de vensters van zijn hut waren vuil geworden.

„En dan was er nog een ventje! O, Peter, je had

Sluiten