Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Plotseling echter keerde de jongen zich om.

„Zeg," zei hij, en hij haalde iets uit zijn zak. „Dat is voor jou. Maar je moet van die bloemen niets aan mijn moeder zeggen."

Toen rende hij weer weg en Fantasio bewonderde een glazen knikker met witte strepen er door heen.

De dichter wandelde voort in gedachten, lette nauwelijks op de zonneplekjes in het bosch, had geen aandacht voor de vlinders, luisterde maar half naar het gesuis en gezoem om hem heen.

Toen sloeg hij weer den weg naar het kasteel in en zette zich op een hooggelegen plekje, waar men de zee kon zien. En een eindje van hem vandaan, tegen de helling van den berg, zat een klein zwart figuurtje, dat onbeweeglijk tuurde naar het water, het hoofd in de handen, de ellebogen op de knieën. Roerloos keek het kind naar zee: iets zwarts, kleins en eenzaams in het wijde landschap.

In de verte sloeg een klok.

Het bruine kereltje stond op en klom langzaam naar de plek, waar Fantasio zat en toen hij den dichter bemerkte, keek hij schuw om zich heen.

Sluiten