Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kinderen, die niet met de anderen waren mee gaan wandelen. De directrice keek ze waarschuwend aan.

«Dag, dag," zeiden ze toen alleen.

En allen wuifden naar Sofietje in haar jurkje met biesjes en strikjes, wuifden, tot zij haar niet meer zien konden bij de kromming van den weg, waar de hooge boomen stonden.

„Wat zijn ze allemaal vriendelijk vandaag, zuster," zei Sofietje met een gezichtje, dat glansde.

„Dat is door het mooie weer," zei de zuster maar, en zij zelve zag er zoo vroolijk uit, alsof zij net zulke mooie biesjes als Sofietje op haar gladde japon had.

„Weet u wat ik gedacht heb, zuster," babbelde Sofietje, „als ik naar huis ga, dan pluk ik een grooten ruiker bloemen voor vader en moeder, en Grootje, en Dorus, en Dirkje, en Piet en zus. En dan zet ik ze op het rekje in een groote kan. Ik zal ze wel lang goed kunnen houden, hè zuster? Dat zal wel gezellig staan. En u moet me ook nog zeggen wat ik koopen zal, als ik naar huis ga. Ik heb nog al de centen, zuster. Ik vind een portretje van het huis het aardigste. Dan kunnen vader, en moeder en Grootie

Prins Peter.

O

Sluiten