Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het ook eens zien, hè zuster? Als dat toch eens wezenlijk kon!"

„Zoo babbelaarstertje," zei de zuster.

„Komen daar menschen aan?" vroeg zij toen. „Ik kan niet zoo goed zien als jij."

„Ja, heel in de verte, geloof ik, zuster."

„Zuster, zuster," zei Sofietje toen op eens. „Daar is iemand bij, die net loopt als Grootje."

„Dat is gek," zei de zuster met een genoeglijk gezicht.

„Zuster, zuster," riep Sofietje toen weer. „Het is heusch net Grootje. En vader, zuster, èn moeder 1 En Dorus, en zus, en Dirkje, zuster, en Piet..

En Sofietje bleef stokstijf staan en tuurde naar het groepje menschen, dat naderde.

„Ga maar eens kijken wie het zijn," lachte de zuster, „je kunt nooit weten."

„Hè," zei Sofietje, „heusch" en zij holde weg de menschen tegemoet, die steeds nader kwamen.

Toen hoorde de zuster uitroepen van vreugde en zij zag hoe Sofietje omarmd en gekust werd.

En daarop liep het kind weer naar haar terug en zij juichte: „O zuster, ze zijn het. En u wist het.

Sluiten