Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen moest Sofietje het huisje zien, waar zij slapen zouden.

Het was net als in een sprookje, maar toch was alles waar, echt waar. En zij mochten er een week blijven.

En daar zaten nu vader en moeder, en Grootje, en Sofietje op de bank voor het huis, terwijl de broertjes en zusjes holden en stoeiden onder de boomen.

„Dat ik dat nog mag beleven," herhaalde het oude Grootje weer.

En vader en moeder zaten maar stil naast elkander.

's Middags gingen allen naar het huis. En iedereen kwam kennis maken met de familie van Sofietje, en ieder was vroolijk en blij. Toen gingen allen naar de eetzaal en daar stonden op tafel vier groote taarten en met suikeren letters stond er op elk: „Omdat Sofietje zoo blij is."

Wat smulden nu al de kinderen.

„Een toovenaar had de taarten laten bakken," zei de directrice heel geheimzinnig.

En toen 's avonds Sofietje haar familie verliet en weer terugkeerde naar het huis, was het voor de

Sluiten