Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI.

EEN GEWICHTIG BESLUIT.

De nacht was geheel gedaald en rondom hen heersehte de grootste stilte ; het was juist de tijd en de plaats voor zoo'n romantisch verhaal. Deze omstandigheden verhoogden dan ook niet weinig den indruk.

De Eranschman was de eerste die de stilte verbrak.

— En is die schat nooit gevonden? vroeg hij.

— Neen, zei Witsen, tenminste ... ik denk het niet, anders zou het wel bekend zijn geworden.

— Wanneer was dat ook? vroeg Coetzee.

— In 1783, zei Witsen.

— Dus een goede honderd jaar geleden.

Er ontstond een poosje stilte.

— Deed die Ilaafner niets om zijn kameraad te helpen? vroeg Prinsloo.

— Ja, hij maakte lawaai en schoot maar het gaf niets, en er in gaan durfde hij niet.

— Een mooie jongen, bromde de Yrijstater.

— Geloof je dat het waar is, Witsen? vroeg Dubois.

— Waarom niet?

— \\ at zou het geweest zijn ? vroeg Prinsloo.

— Wat bedoel je?

— Dat die Portugees overkwam?

Sluiten