Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De beide Nubiërs bogen en traden nader.

— Ziet ge deze heeren ?

— Ja, heer.

— Dat zijn vrienden van mij, die door de Engelschen vervolgd worden. Niemand mag weten, dat zij hier zijn, begrepen?

— Ja, heer.

Pak nu eens Hink alle patronen in, die wij

nog bezitten, namelijk voor de geweren en breng

die met deze vier geweren naar de schuilplaats dezer heeren.

De beide Xubiërs bogen en gingen terstond aan liet werk.

Inmiddels kipte de heer Martin nu dit, dan dat uit om nog te worden medegenomen, zoodat onze avonturiers ten slotte van alles voorzien waren.

Nu weet ik niets meer, zeide de vrijgevige gastheer ten laatste.

Neen, ik ook niet, zeide Dubois; gij hebt ons overladen met weldaden.

Ja> ('at 's uaai'> <bt nog, zeide de heer Martin. >i,| zeidet daar straks dat ge op een schip wachtte, dat Colombo zal aandoen, maar die kans is niet groot. l'oint-de-Galle wordt meer aangedaan, omdat het 111 de route van de schepen ligt. Nu vertrek ik over een maand ongeveer naar Arabië, waar ik Nedsjed ga bezoeken. Die reis doe ik met een boot van de Mmsagerie marifnnc, de „Péluse". Wat dunkt u, zoudt ge tegen dien tijd terug zijn en zouden uwe beschermers, die visschers, u naar boord kunnen

Sluiten