Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

logen tusschen de Portugeezen en Radja Singha en de verborgen schatten.

— Ja, zeide Natjara ('hettv, dat zijn geen sprookjes, dat is waar. Alleen geloof ik niet, dat Radja Singha zijn schatten in de rivier heeft doen zinken. Er zijn in de bergen rondom Candv genoeg schuilplaatsen te vinden in de meer onherbergzame en voor vreemden ongenaakbare plaatsen, dan dat hij ze aan de rivier zou hebben toevertrouwd.

— En dat verhaal van Haafner, gelooft u dat?

— Wel zeker, waarom niet, Het is best mogelijk, dat de Portugeezen een gedeelte van den schat gevonden hebben, maar die weer moesten prijsgeven. Radja Singha heeft hen meer dan eens in een hinderlaag gelokt, waarbij zij groote verliezen leden en het overschot zich slechts door de vlucht kon redden. Wat dat kanaal betreft, dat is gemakkelijk te verklaren; dat is natuurlijk een zijtak van de Ma ha vel li-Ga nga geweest, die in dien tijd van het jaar uitgedroogd was. De wasdom is hier, zooals gij zelt hebt kunnen zien, verbazend. Een opgedroogde rivier of bergstroom is binnen enkele weken met mannenhooge struiken begroeid en daarin huizen allerlei verscheurende dieren, denk maar eens aan de krokodillen, de tijgers en de slangen.

Nalla, die een bediende had zien binnenkomen, ofschoon zij allen reeds een poosje geleden gelast waren heen te gaan, keek eenigszins vreemd op en om zijn vader niet te storen iu zijn gesprek met zijn gasten, stond hij op en ging naar hem toe.

Sluiten