Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik opeens aan den harpoen, dien ik, toen wij daarin afdaalden, in de hand had genomen.

- Nu, wij zijn er Goddank over, merkte Witsen aan, ik verzeker je anders, dat ik het daar straks benauwd genoeg had in die warboel, toen ik het brullen hoorde.

Zij trokken terug van de gevaarlijke plaats tot zij een heuveltop bereikt hadden, vanwaar zij den omtrek konden overzien, toen daalden zij af in een klein boschje van kaneelboomen, waar zij hun maal lelden, staken daarna een pijp op, praatten nog een wijle en legden zich toen te ruste.

Amoedoe waakte.

XXIII

AMOEDOE VISCHT EX LEI Dl EEX OFFICIER OM DEN Tl'IX

Ja, Amoedoe waakte en peinsde.

Hij dacht er over na, hoe hij naar de zee verangde en naar de schoone dochter van zijn naasten niurman, ook een visscher. Hoe gaarne zou hij haar zijne vrouw noemen. En nu hadden de sahibs hen. zooveel geld beloofd, als hij hen getrouw hielp, dat l».| met alleen m staat zou zijn Hamida te vragen en te huwen, maar zelfs een stuk grond voor rijst-

Sluiten